Het is ochtend. Ik scroll wat doelloos door de berichten op Facebook, wanneer mijn aandacht plots blijft hangen bij een bericht van Zoonmuis, de jongste zoon van Grote Muis. Hij richt zich in een persoonlijke boodschap tot zijn vrouw en kinderen. Al snel wordt duidelijk dat hij het moeilijk heeft. Hij is opgenomen wegens alcoholmisbruik.
Vele jaren geleden werd hij al eens opgenomen voor hetzelfde probleem, maar toen besloot hij de behandeling vroegtijdig af te breken. Nadat hij zijn vrouw had leren kennen, leek het de goede kant met hem op te gaan. Het leek alsof hij zijn leven weer op de rails had gekregen. Nu gaat het blijkbaar opnieuw bergafwaarts. Ook tussen hem en zijn vrouw lijkt het niet goed te gaan. Uit zijn bericht meen ik te kunnen afleiden dat ze momenteel niet meer met elkaar praten en dat de onderlinge verstandhouding ernstig verstoord is.
Een goede vriend van Zoonmuis is de biologische vader van de dochter van de Weduwe. Toevallig belde hij me op met de vraag of ik hem en zijn vriendin wilde helpen met de boodschappen. Ze hadden heel wat nodig en zouden zonder hulp niet alles thuis krijgen. Eerst overwogen ze om een taxi te nemen, maar uiteindelijk schoot ik hun te binnen. En zo kreeg ik dus een telefoontje met de vraag of ik hen uit de nood kon helpen.
Even later arriveer ik bij hen met de boodschappen. Ze zijn met de fiets gekomen. Ter herinnering: de man heeft al jarenlang een rijverbod en zijn vriendin kan niet autorijden. Een auto is dus geen optie.
Nadat alles uitgeladen is, begin ik over Zoonmuis. De man kijkt verbaasd op. Hij weet helemaal niets van de situatie. Ik toon hem het bericht op Facebook. Hij moet even slikken. ‘Hij heeft vroeger al problemen gehad met alcohol,’ sist hij.
Wanneer ik afscheid neem, laat hij me weten dat hij contact zal opnemen met Zoonmuis. ‘Doe hem mijn groeten,’ antwoord ik. ‘Als hij mij tenminste nog kent,’ voeg ik er met enige twijfel aan toe. Dat zal hij doen, belooft hij.
En nu is het afwachten of ik nog iets over Zoonmuis te horen krijg.
Zondag is een mooie dag. Ik fiets over het Stationsplein nadat ik voor Greet nog snel een boodschapje heb gedaan. De terrassen zitten goed vol en overal heerst die typische zondagse gezelligheid.
Plots hoor ik iemand mijn naam roepen. Ik kijk in de richting van de stem en zie twee mensen aan een tafeltje naar me kijken. Ik herken hen meteen: het model en haar broer.
De vrouw die ik steevast „het model” noem omdat ze ooit modellenwerk deed én meespeelde in enkele nogal dubieuze films, is duidelijk blij om me te zien. Ooit was ze een goede vriendin van Grote Muis. Maar sinds die drie jaar geleden overleed, zijn de contacten langzaam verwaterd. Of beter gezegd: ze zijn vrijwel volledig opgedroogd.
Ik rem en stap van mijn fiets. „Hoe gaat het?” vraag ik. „Ik heb veel meegemaakt,” zegt de vrouw. „Maar daar wil ik het nu niet over hebben.” „Dat begrijp ik,” antwoord ik.
Dan richt ik me tot haar broer. Ik herinner me dat hij vroeger met drugsproblemen kampte en daardoor zowel in de psychiatrie als in de gevangenis terechtkwam. „Met mij gaat het goed,” zegt hij. „Ik woon nu in Limburg en heb er een job.” „Hoe ben je daar terechtgekomen?” vraag ik. Limburg is tenslotte niet bepaald naast de deur. „Ik ben daar een tijdje opgenomen geweest in de psychiatrie. Achteraf heb ik er werk gevonden. Toen heb ik besloten om daar te blijven wonen.” „Uitstekend,” antwoord ik. Het klinkt alsof hij eindelijk een plek heeft gevonden waar het leven wat meer in de plooi is gevallen.
“Verneem jij nog iets van Kleine Muis ?” vraagt ze. “Nee, ik hoor niets meer van haar” antwoord ik. “Vroeger nam haar vriendin nu en dan contact met mij als er iets was, maar sinds ze uit elkaar zijn heb ik van kleine Muis niets meer gezien of gehoord. Blijkbaar komt ze regelmatig in Thope.” “Ze vindt dus haar weg” beslist het Model. “Ze is ook al 21” antwoord ik.
De dochter van „het model”, die ik hier op de blog ooit „Helikoptertje” noemde, is intussen achttien jaar en stelt het goed. Ze studeert nog en lijkt haar eigen weg te vinden.
Met haar zoon is het een heel ander verhaal. Ik heb hem destijds nog geboren weten worden. Ondertussen is hij al tien jaar. „Hij woont niet meer bij mij,” vertelt ze. „Hij woont nu in een pleeggezin.”
“Ook heb ik een baby van zes maanden” gaat ze verder “Het meisje is ook bij een pleeggezin. Rond de periode van de bevalling had ik het zwaar en daar heeft jeugdzorg me op afgerekend en de baby geplaatst”. “Hoe heet het meisje” vraag ik. Ze laat me de naam weten. Daar wist ik dus niets van. Door het overlijden van Grote Muis zijn we uit elkaar gegroeid.
We spreken af dat ik via facebook contact zal houden en wens beiden het beste. “Doe Eva mijn groeten” zegt haar broer. “Doe ik”. Ik spring op mijn fiets en rijd veder.
Zondag was de dochter van de weduwe jarig. Het meisje werd tien jaar, een leeftijd waarop een verjaardag nog een hele gebeurtenis is. Omdat ze zaterdag bij haar mama was, werd het feestje daar alvast gevierd. Enkele klasgenootjes waren van de partij, samen met familieleden en vrienden van haar mama. Voor even stond alles in het teken van de jarige en haar tiende verjaardag.
Ik had met de mama afgesproken dat ik het meisje na het feest naar haar vader zou brengen. Toen ik aankwam, waren de kinderen al weg en was de grootste drukte voorbij. Alleen een bevriend koppel en hun dochter waren nog gebleven. Zo kwam ik daar, net op het moment dat het feestje stilaan op zijn einde liep.
Met dat koppel bleek er trouwens een link met het verleden te zijn. Met de man had ik jaren geleden samengewerkt in het fietspunt, terwijl zijn vriendin lange tijd de poetshulp van mijn moeder was. Toeval of niet, sommige mensen blijven op de meest onverwachte momenten weer opduiken. De wereld is nu eenmaal klein.
We geraakten al snel aan de praat en zo kwam er nog een bijzonder verhaal op tafel. De vrouw bleek de zus te zijn van de levensgezellin van de vader van de jarige. Haar zus heeft een zoon uit een vorige relatie, een jongen van amper tien jaar die nu al met de nodige problemen te maken krijgt.
Onlangs werd hij door de politie bij zijn moeder thuis afgeleverd. Samen met enkele vrienden was hij ontsnapt uit de instelling waar hij verblijft. Na een zoektocht werden ze uiteindelijk teruggevonden in een naburig dorp, waar ze zich tussen de struiken hadden verstopt. Tien jaar oud en nu al zulke avonturen achter de rug. Het is een verhaal waarvan je toch even moet slikken.
De levensgezellin van de papa van de jarige heeft, naast haar zoon uit een vorige relatie, ook nog twee dochtertjes met de papa van de jarige. De meisjes zijn dus halfzusjes van de zoon uit haar vorige relatie. Het oudste meisje is vijf jaar, het jongste is bijna twee. Beide meisjes hebben een beperking, net als hun mama.
Nu begreep ik ook beter waarom het oudste meisje nooit iets zegt wanneer ik bij hen ben. Eigenlijk had ik het al eerder vermoed, maar ik had er nooit zekerheid over. Als vader van een dochter met een beperking vallen bepaalde dingen je nu eenmaal sneller op.
Nadat de mama van de jarige, die duidelijk wat te veel had gedronken, uitgebreid afscheid had genomen van haar dochter, vertrok ik samen met het meisje naar haar papa. Die moest die avond nog werken tot 21 uur. Omdat hij zelf niet thuis was, bracht ik haar naar zijn huis.
Het werd meteen een rit met hindernissen. Overal waren straten afgesloten en stonden omleidingen aangegeven. Gelukkig kennen het meisje en ik de wegen in de buurt goed, zodat we ondanks de nodige omzwervingen uiteindelijk toch bij haar papa thuis aankwamen.
Ik haalde haar fiets uit de auto en zette die achteraan het huis. Daarna maakte ik nog even een praatje met de vrouw die daar aanwezig was. Vervolgens nam ik afscheid van het meisje en reed ik terug naar huis.
Ook op de terugweg waren er nog enkele afsluitingen, maar gelukkig kende ik de weg ondertussen goed genoeg om de meeste hindernissen vlot te omzeilen. Zo kwam ik uiteindelijk zonder verdere problemen weer thuis.
Dit was het uitgebreide verslag van deze feestelijke dag.
Donderdagmiddag had ik afgesproken met de weduwe. Ik zou haar helpen met de boodschappen, want ze had heel wat nodig voor het verjaardagsfeest van haar dochter. Die wordt binnenkort tien jaar, dus stilaan een echte tiener!
Bovendien was het meisje die donderdag op schoolreis naar Plopsaland. Daar zal ze zich ongetwijfeld goed geamuseerd hebben. Eenmaal weer thuis, zal ze ongetwijfeld een heleboel verhalen te vertellen hebben gehad over haar avonturen in het pretpark.
Het was al enkele weken geleden dat we elkaar nog gesproken hadden. De laatste keer was toen ik haar naar een wonig bracht dat te huur staat. Hoe het afgelopen is weet ik niet. Dat zal ik een andere keer vragen want…..
…….de weduwe had die dag helaas slecht nieuws gekregen. De advocaat van de tegenpartij was in beroep gegaan tegen het vonnis van de correctionele rechtbank. Die had haar vrijgesproken van schuldig verzuim tijdens het gevecht tussen haar inmiddels overleden echtgenoot en diens vriend.
In oktober volgt de uitspraak van het hof van beroep. Het hele dossier moet opnieuw worden doorgenomen en beoordeeld. De weduwe ziet er behoorlijk tegenop. Het is opnieuw een hele brok onzekerheid en spanning waar ze door moet.
Dit vraagt voor een vervolg. Dat komt er vroeg of laat.
Vrijdagavond, omstreeks 21 uur, kom ik met de fiets terug van een vergadering. Wanneer ik in de buurt van VOC Opstap kom, merk ik dat daar nog volop feest wordt gevierd.
In de ontmoetingsruimte is een gezellig feestje aan de gang. Een van de vrijwilligers viert er samen met zijn partner hun verbindingsfeest. Ze zijn pas terug van hun ‘huwelijksreis’ naar Thailand en hebben blijkbaar nog wat van de vakantiesfeer meegebracht.
Ik stalde mijn fiets en ging naar binnen. In de gang zat het vol jongeren die zich tegoed deden aan pizza. Nadat ik mij met enige moeite door die hongerige massa had gewrongen, kwam ik aan in de ontmoetingsruimte.
Ook Ernest, de evangelist, was van de partij. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om even naar zijn kleindochter te vragen. Zij woont ondertussen in Amerika en is daar inmiddels getrouwd.
Ik ga de ontmoetingsruimte binnen, maar veel gelegenheid om de tortelduifjes uitgebreid te feliciteren is er niet. Ze zijn druk in de weer met het klaarmaken van allerlei Thaise hapjes. Blijkbaar moet de liefde niet alleen gevierd, maar ook gevoed worden.
Ik blijf dus niet in de weg lopen en laat het bruidspaar verder kokkerellen. Even later krijg ik een goed gevulde loempia in handen. Met mijn buit trek ik opnieuw naar buiten om daar een rustig plaatsje te zoeken. Het is tenslotte vrijdagavond en een mens moet af en toe ook eens aan zijn innerlijke mens denken.
Sharis is er ook. Zoals altijd komt ze meteen naar mij toe. Ze is 25 jaar oud, maar heeft een verstandelijke beperking waardoor ze zich soms gedraagt als een meisje van een jaar of twaalf. Toch weet ze mij altijd te vinden.
‘Wil je iets voor mij doen?’ vraagt ze. ‘Zeg maar,’ antwoord ik. ‘Ik heb enkele bankbiljetten bij me en ik wil die in zo’n bankautomaat stoppen. Wil je met mij meegaan?’ Ik knik. Dat heb ik al eerder met haar gedaan. De bankautomaten bevinden zich op het Stationsplein en het lijkt me inderdaad beter dat ze daar niet alleen naartoe gaat. We vertrekken samen.
Even later staan we bij de Cash. Ze tikt, op mijn aanwijzingen, de nodige gegevens in op het scherm. Na enkele ogenblikken opent het luikje van de automaat en stopt ze de bankbiljetten erin. Alles verloopt vlot en even later is de verrichting achter de rug.
We gaan terug naar buiten. Zij ziet de neonverlichting van een druk bezochte kroeg. “Ik ben verliefd op die kleuren” weet ze te zeggen. “Wil je eens binnen kijken ?” vraag ik. Ze knikt “Dan ga ik je tracteren” antwoordt ze. “Jij hebt de vorige keer getracteerd, nu is het mijn beurt.”
Even later zitten we samen aan een tafeltje in de kroeg. Sharis stapt naar de bar om twee cola’s te bestellen. Even later komt ze terug met de glazen in haar handen.
Ze kijkt een beetje bedrukt.
‘Ze denken dat jij mijn vader bent,’ zegt ze. ‘Dat kan ik me voorstellen,’ antwoord ik met een glimlach.
Ze haalt een klein zakje uit haar tasje en maakt het open. Vervolgens giet ze een hele verzameling munten op tafel. Het lijkt wel alsof ze haar persoonlijke schatkist heeft meegebracht. ‘Kan ik daarmee betalen?’ vraagt ze. ‘Natuurlijk.’ Ik bekijk de munten en neem er enkele uit, precies genoeg om het verschuldigde bedrag voor onze twee cola’s te betalen. De rest schuift ze zorgvuldig weer terug in haar zakje. Zo is ook dat probleem opgelost.
We drinken rustig onze cola op. Voor Sharis is het blijkbaar belangrijk dat ze de rekening zelf kan betalen. En eerlijk gezegd: na al dat gedoe met de bankautomaat is een cola drinken en met kleingeld betalen een mooie afsluiting van de avond.
Even later stappen we terug naar Opstap. “Wanneer mag ik eens bij jou thuis komen ?” Ik trek mijn schouders op. “Vraag het aan jouw papa” is mijn antwoord. “Heeft hij je toegevoegd op Facebook ?” “Ja dat heeft hij”. We steken de straat over. “Wij zijn vrienden, nietwaar ?” “JA”.
In Opstap gaat ze naar een vriendin; Samen trekken ze naar het toilet. Een dame met pitbull begint met me te praten. Samen eten we nog enkele versnaperingen. Dan is het voor mij genoeg geweest.
Even later fiets ik in de duisternis naar huis. Voelt vreemd aan terug in het duister te rijden. We zullen het rap weer gewoon worden eens het september is.
Donderdag rond de middag had ik een afspraak met de weduwe. Ze had een heleboel kleren en andere spullen van haar kinderen, die ze niet meer nodig hadden omdat ze eruit gegroeid waren, in zakken gestopt voor Het Goede Doel. In ruil daarvoor zou ze enkele zakken met andere, bruikbare spullen ontvangen.
Met mijn wagen volgeladen reden we naar haar toe. Al snel bleek dat ze momenteel met ziekteverlof is. Onlangs had haar baby een ongelukkige beweging gemaakt, waardoor er een barst in een beentje was ontstaan. Het beentje zit nu in een afneembaar gips.
Door de zorgen en de vele slapeloze nachten raakte ze zelf uitgeput en werd ze ziek. Daarom verblijft de baby voorlopig bij het gezin van haar broer, zodat zij de kans krijgt om wat uit te rusten en volledig te herstellen.
Blijkbaar botert het momenteel niet zo goed tussen haar en haar zus. Die had al een paar keer op de baby gepast, maar liet nadien aan anderen weten dat de weduwe haar daarvoor niet betaalde. Dat was bij de weduwe duidelijk in het verkeerde keelgat geschoten en zorgde voor spanningen tussen beide zussen.
Onderweg vertelde de weduwe dat ze contact had opgenomen met een organisatie die mensen met een drugsverslaving begeleidt. Ze vertelde dat ze vroeger verslaafd was aan drugs, maar later overschakelde op alcohol. Intussen drinkt ze niet meer, al rookt ze naar eigen zeggen af en toe nog een joint.
Ook zit het haar dwars dat ze, ondanks het feit dat ze een vriend heeft, alles zo zelfstandig probeert te doen. Ze worstelt met heel wat vragen en twijfels over zichzelf. Ik antwoordde dat hulp zoeken geen teken van zwakte is, maar juist een bewijs van kracht. Alleen wie zijn eigen kwetsbaarheid durft te erkennen, kan echt vooruit. Ze knikte instemmend.
Even later waren we terug van ons bezoek aan Het Goede Doel en kon ze de zakken uit de koffer van de auto halen. “Bedankt”, was het laatste wat ze zei voordat ze met de zakken naar binnen ging.
Ik reed verder naar huis. Straks staat er nog een bezoek aan VOC Opstap op het programma voor een interview. Daarover lees je later meer.
Zondagnamiddag zit ik in VOC Opstap gezellig te keuvelen met enkele mensen die ik ken van het buurthuis. Plots begint mijn telefoon te rinkelen. Ik neem op. Het is de vader van de dochter van de weduwe. Hij zit met een probleem.
Hij werkt in de beenhouwerij van een bekend warenhuis. De dag voordien heeft hij op het werk zijn voet verstuikt. Zijn collega’s hebben hem naar huis gebracht, waardoor zijn fiets in de fietsenstalling van het warenhuis is blijven staan. Omdat die fiets zijn enige vervoermiddel is en het openbaar vervoer voor hem geen haalbare oplossing vormt, moet hij een manier vinden om zijn fiets weer thuis te krijgen. Alleen zo kan hij maandagochtend opnieuw met de fiets naar zijn werk.
Eerst was het de bedoeling dat de vrouw van ZoonMuis hem naar zijn werk zou brengen en zijn fiets in de koffer van de auto weer mee naar huis zou nemen. Op het laatste moment kwam er echter een kink in de kabel. Ze was de afspraak helemaal vergeten en was intussen met haar gezin vertrokken.
Na enig heen en weer gepieker besloot hij zijn kans te wagen en mij op te bellen. Gelukkig voor hem had ik tijd en zag ik het wel zitten om hem uit de nood te helpen.
Op het afgesproken uur bel ik bij hem aan. Zijn vrouw doet open. Een vrolijk mopshondje komt enthousiast op me afgerend, alsof het me al jaren kent. Hun vijfjarige dochtertje draagt alleen een pamper en bekijkt me vanop een veilige afstand. Haar vader is even weg, maar zou elk moment thuiskomen.
Na een paar tellen stapt het meisje toch op me af en steekt haar armpjes naar me uit. Ik til haar op. Ze zegt geen woord. “Heb jij geen tongetje?” grap ik. Ze knikt ernstig. “Gelukkig maar,” lach ik, waarna ik haar weer voorzichtig op de grond zet.
Net op dat moment gaat de deur open. Daar staat mijn passagier, klaar om te vertrekken.
Even later rijden we de parking op van het warenhuis waar hij werkt. Vroeger stond hij in de beenhouwerij van de vestiging in Roeselare, maar intussen heeft hij promotie gemaakt en werkt hij in Tielt.
Zijn fiets staat gelukkig nog netjes in de fietsenstalling. We maken het voorwiel los, waarna de fiets zonder problemen in de koffer van mijn auto past.
Onderweg houden we nog even halt aan een nachtwinkel in Izegem. Daarna rijden we door naar zijn huis. We halen de fiets uit de koffer, monteren het voorwiel opnieuw en alles is weer gebruiksklaar.
Binnen praten we nog een tijdje na. Het gesprek komt al snel op de gezondheid van zijn vader, bij wie begin dit jaar keelkanker is vastgesteld. Gelukkig stelt hij het naar omstandigheden redelijk goed. Hij is wel niet meer de man die hij vroeger was. Autorijden lukt niet meer, maar zijn toestand is momenteel stabiel. Dat is alvast een hele geruststelling.
Ik nam afscheid van deze familie en reed terug naar huis.
Donderdagnamiddag kreeg ik via messenger van de weduwe de vraag of ik rond 17 uur samen met haar een make up tafel voor haar dochter kon ophalen. Dat paste voor mij.
Even na vijven haalde ik haar op en reden we naar het opgegeven adres voor de tafel. Onderweg kwam natuurlijk de rechtzaak ter sprake. Ze is blij vrijgesproken te zijn van alle beschuldigingen. Dit betekent voor de tegenpartij dat die geen cent zal krijgen als schadevergoeding. Wel is er voor hem de mogelijkheid om via een fonds een peulschil te ontvangen.
Mijn volgende vraag was of ze al nieuws had van de vrederechter. Dat had ze de vorige dag ontvangen. Haar zoontje is vrij van de schulden van zijn overleden vader. Als er ooit iemand aan de deur staat om de een of andere onbetaalde rekening van zijn vader kan ze de documenten tonen. Natuurlijk zal dit besluit ook digitaal te vinden zijn.
De tafel en spiegel konden gemakkelijk in de auto.
Op de terugweg hadden we het over haar dochter. Die heeft momenteel last van luizen. De weduwe verzorgt het haar, maar haar vader en zijn wederhelft jammer genoeg niet. Daarom dat de luizen nog niet weg zijn. Ik herinner me nog dat Eva daar ook last van had toen ze klein was. Gelukkig zijn die beestjes hier niet meer aanwezig.
Dit was het voor deze aflevering van de never ending soap met een blogger in de hoofdrol.
Zoals eerder hier geschreven ging het tussen twee vrienden aardig mis. De ene vriend slog de andere halfdood. Daarvoor moest de man een half jaar brommen. Hij kwam als gebroken man terug in de vrije wereld. Hij trouwde en werd vader van een zoontje.
Begin dit jaar pleegde hij zelfmoord. Zijn weduwe werd schuldig verzuim in de schoenen geschoven.
Zo verliep het destijds :
De weduwe had zich verschanst in de garage en riep van daar dat haar partner moest stoppen. Ze had schrik om haar gsm te gaan halen, het schuim stond op zijn mond.
Die vriend die later langskwam, herkende hij zelfs niet. En toen de politie aankwam, probeerde hij hen aan te vallen met een baseballknuppel en hij stuurde de hond op hen af. Het was de weduwe die dat dier uiteindelijk in zijn hok gestoken heeft. Ze had gesmeekt om een ambulance te bellen, maar zat in een hulpeloze situatie
De weduwe zelf beweerde dat ze de garage nog probeerde te openen om buiten te lopen. “Maar die poort werkte niet. Ik heb geprobeerd om tussenbeide te komen en ging zelfs over het slachtoffer hangen, maar er was niets aan te doen. Ik besefte maar al te goed dat hij hulp nodig had en ik moest een ambulance gebeld hebben, maar ik wist niet wat te doen. Ik was in shock.”
De rechter aanvaardde uiteindelijk dat de weduwe terecht schrik had voor haar eigen veiligheid. Haar bewering dat ze de garagepoort niet open kreeg, werd volgens de rechter ‘niet tegengesproken door het dossier’.
De weduwe werd vrijgesproken en zo lijkt het geweld van die avond in 2024 zonder gevolg te blijven. Wie de enorme medische kosten van het slachtoffer zal betalen, blijft een vraagteken.
De grote hitte ligt achter ons als ik dit schrijf. Ik bedenk wat ik de laatste dagen meegemaakt heb. Niet veel maar genoeg om even over te bloggen.
Donderdag was het snikheet. Eva was thuis gebleven om hier de koelte op te zoeken. Ik had een afspraak met mandam Paradijsvogel. Onder mijn voorwaarden heb ik haar uit de brand geholpen. Wel was ze niet duidelijk met haar afspraak zodat ik aan het verkeerde ziekenhus haar stond op te wachten.
Rond de middag reed ik met de weduwe naar het “Goede Doel”. Later in de namiddag reed ik haar naar de apotheek. Ze heeft regelmatig last met haar gezondheid. Iets zegt me dat het helemaal niet goed gaaat met haar ondanks ze gaat werken en ze zich kranig houdt. Acheraf reden we naar de onthaalmoeder om haar zoontje op te halen dat ondertussen al één jaar jong is.
Zaterdag kreeg ik van de weduwe een bericht met de vraag haar dochter en de fiets bij haar ex op te halen. De weduwe was op dat ogenblik bij haar nieuw lief en daar zoontje ook mee was was er in de auto geen plaats voor de fiets. Dan mij maar eens contacteren.
Met de kleine meid in de auto is het altijd gezellig. Ik heb haar geleerd hoe ze de auto moet starten. Een automatiek, daar kan het kleinste kind mee overweg, als het door de voorruit kan kijken, tenminste. Op een bepaald moment onderweg vroeg ze me wanneer ik verjaar. Vervolgens hoe oud ik dan zal zijn. 67 bljkt een getal te zijn dat gekend is bij de jeugd. Even opzoeken hoe dat zit;
’67’ (spreek uit als ‘six-seven’) is een populaire internetmeme en slangterm onder jongeren. Het heeft geen vaste betekenis en wordt gebruikt als inside joke of willekeurige opvuller in gesprekken, vaak gecombineerd met een specifiek handgebaar. De term werd in zowel Nederland als België verkozen tot Kinderwoord van het Jaar.
Toen we bij haar moeder/de weduwe aankwamen lag haar lief gelijk een zak patatten op de bank geconcentreerd naar het televisiescherm te staren. Blijkbaar een interessante film.
De meid trok zich terug in het kleinste kamertje en nadat ik haar fiets gestald had besloot ik mij strategisch terug te trekken.