Naar inhoud springen

Commissie-Levelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Commissie Levelt)
Diederik Stapel

De commissie-Levelt was een onderzoekscommissie die op 9 september 2011 werd ingesteld door Philip Eijlander, rector magnificus van Tilburg University, om de wetenschapsfraude van de sociaal psycholoog Diederik Stapel te onderzoeken. De commissie stond onder voorzitterschap van de psycholinguïst en voormalig president van de KNAW Pim Levelt. Vergelijkbare commissies werden ingesteld door de Rijksuniversiteit Groningen (commissie-Noort) en de Universiteit van Amsterdam (commissie-Drenth), Stapels eerdere werkgevers. De drie commissies stemden hun werkzaamheden vanaf het begin op elkaar af en publiceerden op 28 november 2012 het gezamenlijke eindrapport Falende wetenschap: De frauduleuze onderzoekspraktijken van sociaal-psycholoog Diederik Stapel.[1] In het Engels staat het gezamenlijke onderzoek bekend als de Stapel Investigation.

Het rapport stelde vast dat tientallen publicaties en proefschriften op verzonnen gegevens berustten, maar trok daarnaast bredere conclusies over de onderzoekscultuur waarin de fraude had kunnen voortduren. De term slodderwetenschap, waarmee de commissie die cultuur aanduidde, leidde tot aanhoudende discussie en tot protest vanuit de sociale psychologie.

Eind augustus 2011 meldden drie jonge onderzoekers van het Departement Sociale Psychologie van Tilburg University zich bij departementsvoorzitter Marcel Zeelenberg met het vermoeden dat Stapel in een aantal onderzoeken frauduleus had gehandeld. Niet lang daarna gaf Stapel toe in sommige onderzoeken gefingeerde gegevens te hebben gebruikt. Hij werd door Eijlander op non-actief gesteld en vervolgens op staande voet ontslagen; op 7 september 2011 maakte de universiteit de zaak openbaar.[2] Twee dagen later stelde Eijlander de onderzoekscommissie in.

Samenstelling en opdracht

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast Levelt hadden zitting in de commissie de Tilburgse jurist en victimoloog Marc Groenhuijsen en de Tilburgse socioloog en methodoloog Jacques Hagenaars.[3] Het secretariaat werd gevoerd door Shirley Baert, beleidsmedewerker van de Tilburgse onderzoekschool voor gedragswetenschappen.

De opdracht was tweeledig: vaststellen welke publicaties op gefingeerde gegevens of gefingeerd onderzoek berustten en gedurende welke periode dit had plaatsgevonden, en onderzoeken hoe de fraude zo lang onopgemerkt had kunnen blijven.[4]

De commissie-Levelt was een vertrouwenscommissie volgens de Regeling Wetenschappelijke Integriteit van Tilburg University. De werkzaamheden vonden conform die regeling achter gesloten deuren plaats en de namen van informanten werden in de meeste gevallen niet openbaar gemaakt. Leidraad was verder de Notitie Wetenschappelijke Integriteit van de KNAW. Stapel werd in de gelegenheid gesteld te reageren op de bevindingen.

De coördinatie tussen de drie commissies lag bij de commissie-Levelt. Bij de verdeling van het werk vormden de proefschriften het uitgangspunt: deze werden onderzocht door de commissie van de universiteit waar de promotie had plaatsgevonden, evenals de artikelen die er deel van uitmaakten. Het merendeel van de promoties, dertien in totaal, had in Groningen plaatsgevonden.[1] De commissies werden bijgestaan door statistici, die met behulp van statistische analyses onregelmatigheden in de gepubliceerde gegevens konden aantonen.[5]

Interimrapport

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 31 oktober 2011 verscheen het interimrapport van de commissie-Levelt, waarin de eerste bevindingen over aard en omvang van de fraude werden gepresenteerd.[6]

Het gezamenlijke eindrapport Falende wetenschap werd op 28 november 2012 in Amsterdam gepresenteerd en door de KNAW uitgegeven; het telt 108 bladzijden.[1][7] Er verscheen ook een Engelstalige versie, Flawed Science: The fraudulent research practices of social psychologist Diederik Stapel.[8] Alle drie de commissies beëindigden hun werkzaamheden op de dag van publicatie.

Omvang van de fraude

[bewerken | brontekst bewerken]

De commissies stelden vast dat bij 55 wetenschappelijke artikelen en tien proefschriften vaststond dat Stapel er gefingeerde gegevens voor had aangeleverd; bij veertien verdere artikelen werd fraude vermoed.[9] De fraude bestreek de periode 1993–2011. Stapel had in totaal met zeventig coauteurs gepubliceerd, van wie er 32 buiten hun medeweten bij frauduleuze publicaties betrokken waren geraakt.[10] De commissies maakten de namen van de meeste betrokken coauteurs niet openbaar.

Slodderwetenschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Naast de omvang van de fraude beschreven de commissies de onderzoekscultuur waarin die had kunnen voortduren. Zij constateerden dat proefschriften door promotiecommissies waren gelezen en artikelen een uitvoerig reviewproces hadden doorlopen zonder dat de fraude was opgemerkt, en concludeerden dat de kritische functie van de wetenschap op alle niveaus had gefaald.[10] Levelt duidde de aangetroffen praktijken aan als slodderwetenschap (in de Engelse versie sloppy science). De belangrijkste steen des aanstoots was daarbij de verificatiebias: het zo opzetten en rapporteren van experimenten dat het gewenste resultaat eruit voortkomt.[11]

Het rapport tekende daarbij aan dat de onderzochte publicaties geen aselecte steekproef vormden en dat de commissies op grond daarvan geen uitspraken konden doen over de sociale psychologie als geheel.[12]

Aanbevelingen

[bewerken | brontekst bewerken]

De commissies deden diverse aanbevelingen om wetenschapsfraude in de toekomst te helpen voorkomen, waaronder een effectievere onderlinge controle tussen onderzoekers. Op alle Nederlandse universiteiten werden vervolgens protocollen vastgesteld voor het verzamelen van onderzoeksdata en de controle daarop. Op voorspraak van de commissie-Levelt kreeg Tilburg University een onafhankelijke vertrouwenspersoon bij wie klokkenluiders terechtkunnen met bedenkingen over de integriteit van onderzoek.

Ontvangst en kritiek

[bewerken | brontekst bewerken]

De reacties binnen de sociale psychologie liepen sterk uiteen. Een deel van de vakgenoten nam de bevindingen als aanleiding tot zelfonderzoek: de Associatie van Sociaal-Psychologische Onderzoekers (ASPO) reageerde zakelijk, en de hoogleraren Paul van Lange, Bram Buunk, Naomi Ellemers en Daniël Wigboldus publiceerden de notitie Sharpening scientific policy after Stapel met concrete voorstellen om fraude te bemoeilijken.[11]

Daartegenover stond scherpe kritiek. De Utrechtse emeritus hoogleraar Wolfgang Stroebe eiste in een opiniestuk op de universiteitswebsite DUB rectificatie van het eindrapport: volgens hem hadden de commissies zijn hele vakgebied ten onrechte afgebrand. Hij wees erop dat de commissie publicaties onderzocht van iemand die de fraude al had bekend, terwijl in andere fraudezaken vooraf niet vaststond dat er gegevens waren verzonnen, en verweet de commissie hindsight bias. Stroebe zei namens vakgenoten in binnen- en buitenland te spreken.[13] De European Association of Social Psychology sloot zich hierbij aan en eiste in een verklaring van 8 december 2012 eveneens rectificatie; naar haar oordeel had de commissie een heel vakgebied in diskrediet gebracht door te suggereren dat slodderwetenschap kenmerkend was voor de sociale psychologie als geheel.[14]

Een afzonderlijke kritiek betrof de werkwijze van de commissies zelf. Volgens wetenschapsjournalist Asha ten Broeke vonden vijf voormalige promovendi van Stapel dat het onderzoek uit de bocht was gevlogen; zij herkenden zich niet in de wijze waarop de cultuur binnen de vakgroep in de rapporten werd geschetst en hadden bezwaren tegen de manier van vragen stellen tijdens de gesprekken.[15]

De vaste Tweede Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verzocht op 29 november 2012 om een kabinetsreactie op het rapport. In hun antwoord wezen de bewindslieden op het KNAW-advies over vertrouwen en integriteit in de wetenschap dat in april 2013 werd verwacht en dat tot verdere aanscherping van het beleid zou kunnen leiden.[6]

De zaak-Stapel droeg ook internationaal bij aan de discussie over reproduceerbaarheid en onderzoeksintegriteit in de psychologie. Kort voor het verschijnen van het eindrapport richtte de Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman zich in een open brief tot onderzoekers op het gebied van social priming, Stapels vakgebied. Hij stelde dat de twijfels over de houdbaarheid van bevindingen in dat vakgebied mede werden gevoed door de recente onthullingen over frauderende onderzoekers, en riep de betrokken onderzoekers op gezamenlijk werk te maken van het delen van data en methoden en van een systematisch replicatieprogramma.[16]

[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

[bewerken | brontekst bewerken]