Naar inhoud springen

Faustina Bordoni

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Faustina Bordoni
Faustina Bordoni
Persoonsgegevens
Ook bekend als Faustina Hasse
Geboortedatum 30 maart 1697
Geboorteplaats Venetië
Overlijdensdatum 4 november 1781
Overlijdensplaats Venetië
Opleiding en beroep
Beroep(en) operazanger, toneelspelerBewerken op Wikidata
Leermeester(s) Alessandro Marcello, Benedetto Marcello, Michelangelo GaspariniBewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1716-1751
Zangstem mezzo-sopraan
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Faustina Bordoni (Venetië, 30 maart 1697 - aldaar, 4 november 1781) was een Italiaanse operazangeres. Ze werd door tijdgenoten beschouwd als een van de beste zangeressen van haar tijd. Een groot deel van haar carrière bracht ze door in Dresden.

De broers Alessandro en Benedetto Marcello traden op als de beschermheren van de jonge Faustina. Zij genoot in haar jeugdjaren onderwijs bij Michelangelo Gasparini.

In 1716 maakte Bordoni in Venetië haar debuut als zangeres met een rol in Pollarolo's opera Ariodante. Ze zou nog tot 1725 in deze stad blijven werken en zong in opera's van onder andere Albinoni, Orlandini en Lotti. In de tussentijd trad ze ook elders op, zoals in Reggio nell'Emilia, Milaan, Modena, Bologna, Napels, Florence en Parma. In München maakte ze in 1723 haar Duitse debuut in de opera Griselda van Pietro Torri. In 1725-1726 was ze te horen in Wenen.

In 1726 kwam Bordoni op verzoek van Georg Friedrich Händel naar Londen om te werken voor zijn Royal Academy. Haar eerste rol was in Händels opera Alessandro, waar ze zong naast Francesca Cuzzoni en de castraatzanger Senesino.

Rivaliteit met Cuzzoni

[bewerken | brontekst bewerken]

Tussen Cuzzoni en Bordoni ontstond een hevige rivaliteit. Het viel bij Cuzzoni bijzonder slecht dat ze haar vooraanstaande positie voortaan moest delen met de aantrekkelijke Bordoni. Händel deed zijn best om beide zangeressen tevreden te houden: ze kregen hetzelfde salaris en in zijn opera's bood hij hen allebei evenveel ruimte, zodat geen van beiden het gevoel kon krijgen dat de ander werd voorgetrokken. Het mocht echter niet baten en de rivaliteit tussen beide zangeressen raakte uiteindelijk ook bekend bij het publiek en de pers. De twee zangeressen beschikten elk over een eigen groep fanatieke aanhangers die zich roerden tijdens concerten en zich kleedden als hun idolen.

Tijdens de uitvoering van de Bononcini’s opera Astianatte op 6 juni 1727 liep het compleet uit de hand. Het publiek bestond uit aanhangers van beide zangeressen en dat leidde tot grote problemen in de zaal. Cuzzoni en Bordoni raakten vervolgens op het podium slaags met elkaar. Na afloop van de voorstelling werd Cuzzoni ontslagen, maar dankzij het dreigement van de Engelse koning om de subsidies in te trekken, werd zij toch weer aangenomen.

In 1728 kreeg Cuzzoni een nieuw salaris aangeboden door de Royal Academy. Dit salaris was één guinea minder dan het salaris van Bordoni. Aangezien Cuzzoni had gezworen nooit minder te verdienen dan haar rivale, ging ze niet in op het aanbod en vertrok uit Londen.

Carrière in Dresden

[bewerken | brontekst bewerken]
Faustina Bordoni in de rol van Attilia in de opera Attilio Regolo (1750)

Net als Cuzzoni vertrok ook Bordoni in 1728 uit Londen. Zij zong tot 1732 in diverse Italiaanse steden. In 1730 trouwde ze te Venetië met de componist Johann Adolf Hasse.

Bordoni en Hasse werden in 1731 uitgenodigd aan het hof te Dresden waar ze Hasses opera Cleofide opvoerden. Hasse kreeg hier vervolgens een aanstelling als kapelmeester, terwijl Bordoni werd aangenomen als de prima donna van de hofopera. Hier zong ze in minstens vijftien van Hasses opera's, terwijl ze ook nog diverse operatournees maakte door Italië.

Bordoni kreeg in Dresden last van concurrentie toen Regina Mingotti in 1747 als tweede zangeres werd aangetrokken. De rivaliteit tussen beide zangeressen werd in 1750 bijgelegd, waarna Mingotti een jaar in Napels ging werken.[1]

In 1751 nam Bordoni afscheid van het Dresdense hofopera en ging met pensioen. Tot aan het opheffen van dit operatheater in 1763 behield ze haar salaris en de titel van virtuosa da camera.

Het echtpaar woonde van 1763 tot 1773 in Wenen. Hierna verhuisden ze naar Venetië, waar Bordoni in 1781 overleed. Ze liet twee dochters achter; beiden waren eveneens opgeleid tot zangeres.

Bordoni werd geprezen om zowel haar vocale kwaliteiten als haar acteerwerk. Ze werd beschouwd als een van de grootste zangeressen van haar tijd. Componist Johann Joachim Quantz meldde dat zij geboren was voor het zingen en acteren.[2]

Karikatuur van Johann Adolph Hasse en Faustina Bordoni, door Pier Leone Ghezzi (1739)

Ook als persoon viel ze bij haar tijdgenoten in de smaak: ze had grote zwarte ogen en mooi haar, en ze was zachtaardig en goedgemanierd.[2]

Maatschappelijke onvrede

[bewerken | brontekst bewerken]

In de Engelse samenleving was er destijds sprake van frustraties over de vele buitenlandse musici die naar Londen werden gehaald. Zangeressen als Cuzzoni en Bordoni kregen een salaris dat vele malen hoger was dan de salarissen van Engelse musici. De London Journal beklaagde zich er dan ook over dat er zo veel Italiaanse musici in Engeland werkten:[3]

Why Musick should be confined only to that Country is what we cannot percieve; since no person that ever came out of it equal'd the Harmony of our famous Purcell.

In het satirische verhandeling The Devil to pay at St James's werd de vechtpartij tussen Cuzzoni en Bordoni uit 1727 gebruikt als onderdeel van een complottheorie. Volgens de anonieme auteur zouden de katholieke Italiaanse musici door de paus zijn gestuurd om de protestantse Engelse samenleving te ondermijnen.[3]

Zie de categorie Faustina Bordoni van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.