Naar inhoud springen

Kunstmatige zoetstof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Zoetstofzakjes uit Noord-Amerika

Kunstmatige zoetstoffen zijn een klasse van niet in de natuur voorkomende zoetstoffen met weinig of geen calorieën, die worden gebruikt ter vervanging van suiker. Deze laagcalorische zoetstoffen worden ook wel intensieve zoetstoffen genoemd. Ze hebben doorgaans honderden of zelfs duizenden malen de zoetkracht van suiker en hebben over het algemeen een bittere bijsmaak. Voorbeelden zijn aspartaam, natriumcyclamaat, neotaam, sacharine en sucralose.

Kunstmatige zoetstoffen worden gebruikt omdat ze calorie-arm zijn en dus geen toename van lichaamsgewicht veroorzaken en omdat ze een zoete smaak geven zonder het gebit aan te tasten. Ze worden voornamelijk toegepast in voedingsmiddelen, maar ook in bijvoorbeeld kauwgom en tandpasta.

De intensieve zoetstoffen worden onderscheiden van suikeralcoholen als sorbitol, xylitol, lactitol en maltitol. Deze groep van polyolen betreft extensieve zoetstoffen, die juist minder zoetkracht dan suiker hebben. Ze leveren meer calorieën dan de intensieve zoetstoffen, zij het minder dan suiker. De modieuze suikervervanger stevia heeft hier ambivalente eigenschappen. Het is een natuurlijke stof uit de steviaplant, met tegelijkertijd de zoetkracht van kunstmatige zoetstoffen en de neiging tot het geven van een bittere nasmaak, zonder calorieën te leveren.

Eigenschappen

[bewerken | brontekst bewerken]
Structuurformule van aspartaam, een zoetstof die onder andere in light-frisdranken wordt toegevoegd

Kunstmatige zoetstoffen zijn veel zoeter dan suiker. Daardoor is slechts een zeer kleine hoeveelheid nodig om dezelfde zoete smaak te bereiken. Een van de krachtigste kunstmatige zoetstoffen is neotaam, dat 7000–13.000 keer zo zoet is als suiker. Omdat er weinig van nodig is en ze vaak niet worden gemetaboliseerd tot glucose, leveren ze nauwelijks energie (geen effect op de bloedsuikerspiegel). Kunstmatige zoetstoffen worden om deze reden gebruikt voor mensen met diabetes of in energiearme voedingsmiddelen. In tegenstelling tot suiker kunnen mondbacteriën deze stoffen meestal niet afbreken tot zuren. Daardoor veroorzaken ze geen tandbederf.[1]

Biochemische werking

[bewerken | brontekst bewerken]

De meeste kunstmatige zoetstoffen zijn kleine organische moleculen met functionele groepen die sterke interacties aangaan met de zoetreceptor op de tong (de T1R2/T1R3-receptor).[2] De chemische structuur bepaalt de zoetkracht en de manier waarop het lichaam de stof metaboliseert. Peptide-achtige zoetstoffen (zoals aspartaam) kunnen door enzymen worden afgebroken. Sterk gesubstitueerde of aromatische structuren (zoals sacharine en sucralose) zijn metabool stabiel en worden grotendeels onveranderd uitgescheiden.[3]

Foodwatch vond in 2017 veel kunstmatige zoetstoffen in producten in de supermarkt. Zij vond onder andere acesulfaam-K in oplosthee en aspartaam in kroepoek en fritessaus. Sucralose werd waargenomen in popcorn; in busjes room acesulfaam-K, isomalt en sucralose.[4] Ze pleiten ervoor het beleid omtrent suikerreductie te richten op het minder zoet maken van voedsel in plaats van simpelweg suiker te vervangen door kunstmatige zoetstoffen.[5]

Zoetjes (Sweetex), gemaakt met de zoetstof sacharine

Zoetjes zijn een groep van kunstmatige zoetstoffen in de vorm van kleine tabletjes ter vervanging van suiker in koffie of thee. Vaak geldt dat twee zoetjes één suikerklontje of 1 schepje suiker vervangen.

Een zoetje is doorgaans gemaakt van sacharine. Deze stof is tussen de 300 en 500 keer zoeter dan suiker, en bevat geen calorieën, omdat het niet door het lichaam wordt opgenomen. Wel heeft het een ietwat bittere nasmaak. Zoetjes worden gereguleerd door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), die een Aanvaardbare dagelijkse inname (adi) heeft vastgesteld om veilig gebruik te waarborgen.

De meeste lightdranken worden gezoet met aspartaam. Suikervrije energiedrankjes bevatten naast aspartaam ook wel het eveneens calorievrije acesulfaam-K (E 950). Bij suikervrije energiedrankjes is het belangrijk te realiseren dat de stimulerende werking afkomstig is van cafeïne, niet van suiker. Het gebruik van kunstmatige zoetstoffen maakt deze dranken geschikt voor mensen die hun calorie-inname willen beperken, maar er is discussie over eventuele effecten op het darmmicrobioom bij langdurig gebruik.

In tandpasta zijn kunstmatige zoetstoffen alomtegenwoordig. Veelgebruikte zoetstoffen in tandpasta zijn bijvoorbeeld sorbitol (die ook als bevochtiger fungeert), xylitol, sacharine en stevia-extracten. Soms wordt ook acesulfaam-K toegepast. Het gebruik van verschillende combinaties van zoetstoffen kan de smaak verbeteren, maar het product tandvriendelijkheid houden.

In zoetzuur-producten als zure bommen, zilveruitjes, zure haring en rolmopsen is de toepassing van kunstmatige zoetstoffen eveneens gebruikelijk. Deze zoetstoffen zorgen voor een balans tussen zoet en zuur. Augurken en zilveruitjes worden door fabrikanten veelal ingemaakt met sacharine (E 954).[4] In rolmops wordt sucralose toegepast.[4] Sucralose is de meest voorkomende suikervervanger in zure haring.

Gezondheidseffecten

[bewerken | brontekst bewerken]

Omdat kunstmatige zoetstoffen niet in glucose worden omgezet, veroorzaken ze geen stijging van de bloedsuikerspiegel. Er zijn dan ook geen aanwijzingen dat ze de glucoseregulatie verslechteren.[6] Sommige observationele onderzoeken hebben wel verbanden gevonden tussen het gebruik van kunstmatig gezoete producten en obesitas, diabetes of hart- en vaatziekten, maar dit wordt waarschijnlijk grotendeels verklaard door reverse causation: mensen met al bestaande gezondheidsrisico's kiezen juist vaker voor light-producten.[7] Ook het idee dat zoetstoffen meer eetlust veroorzaken wordt niet sterk ondersteund.

Onderzoek kijkt ook naar mogelijke effecten op het darmmicrobioom; de gemeenschap van bacteriën in de darm die een rol speelt bij spijsvertering en stofwisseling. In dierstudies kunnen sommige zoetstoffen veranderingen in deze bacteriën veroorzaken,[8] maar bij mensen zijn de resultaten wisselend en nog niet duidelijk.[9][10] De gezondheidsbetekenis hiervan wordt daarom nog onderzocht.

Verder is er historisch bezorgdheid geweest over de vraag of sommige zoetstoffen mogelijk kankerverwekkend zijn, maar grote epidemiologische onderzoeken bij mensen heeft tot nu toe geen verhoogd risico gevonden bij normale consumptie.[11] De causaliteit is zeer moeilijk vast te stellen. Verschillende zoetstoffen – zoals aspartaam, sucralose en sacharine – hebben zeer verschillende chemische structuren en worden verschillend door het lichaam verwerkt, waardoor mogelijke effecten ook per stof anders zijn.[6]