Naar inhoud springen

Punt van Reide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Punt van Reide
Schiereiland van Vlag van Nederland Nederland
Punt van Reide (Groningen)
Punt van Reide
detailkaart
Kaart
Locatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Provincie Groningen
Locatie Termunten
Coördinaten 53° 18′ NB, 7° 5′ OL
Landgebruik Natuurgebied
Foto('s)
Kwelderlandschap nabij de noordoostpunt
Kwelderlandschap nabij de noordoostpunt

De Punt van Reide, ook wel Reider Buitenland, is een Nederlands schiereilandje dat behoort tot de gemeente Eemsdelta en ligt tussen de Dollard en de Eems nabij Termunten. De landtong strekt zich uit over een lengte van ongeveer 3 kilometer en heeft een gemiddelde breedte van ongeveer 800 meter. De gemiddelde hoogte is 2,4 meter boven NAP, bij de wierden oplopend tot ca. 4 meter. De oppervlakte bedraagt ongeveer 53 hectare.[1]

Op het schiereiland liggen de resten van het voormalige wierdedorp Westerreide, een aantal 16e-eeuwse schansen, Duitse versterkingen van de voorganger van de vesting Fiemel uit de Tweede Wereldoorlog en de met het nooit gerealiseerde Dollardkanaal verbonden Dollardsluis.

Het gebied is bedekt met Engels slijkgras, zeeaster en zeekraal en is een belangrijk gebied voor broedvogels. Het is tegenwoordig samen met de aangrenzende polder Breebaart eigendom van stichting Het Groninger Landschap. Vanwege de kwetsbare natuur is de landpunt slechts enkele malen per jaar toegankelijk tijdens excursies.

De contouren van de binnenzijde van de vroegere Riederschans en mogelijk de kerk van Westerreide en een steenhuis zijn in 2016 teruggevonden met een grondradar.[2][3]

De Punt van Reide is een restant van de oeverwal van de Eems die door de stormvloeden niet is verdwenen. De oeverwal ontstond ongeveer 100.000 jaar geleden tijdens de voorlaatste ijstijd (het Saalien) Grind, zand en leem werden toen door schuivend ijs als gevolg van landijsvorming samengepakt tot een dikke keileemlaag.[4] In de tienduizenden jaren die erop volgden trok het ijs zich terug, steeg de zeespiegel en vormde zich een oeverwal op de huidige plek. Rond 2000 v.Chr. had de zee zich echter weer deels teruggetrokken, was de Eems door opslibbing veranderd in een steeds verder verzoetend estuarium en zette zich onder invloed daarvan in het achterland een dikke veenlaag af.[5]

De eerste bewoning vond afgaand op gevonden Romeinse scherven plaats rond het jaar nul. Op de punt ontstond het wierdedorp Westerreide. Aan oostzijde van het gebied stroomde volgens de 17e-eeuwse historicus Ubbo Emmius de rivier de Reider Ae (het verlengde van de Westerwoldse Aa). Aan oostzijde daarvan lag op een nog niet teruggevonden plek het dorp Oosterreide. De Duitse abdij van Werden aan de Roer had vanaf de negende eeuw enkele bezittingen in dit gebied, waaronder het patronaatsrecht van de kerk van Oosterreide. Beide dorpen hadden een steenhuis: volgens een fantasierijke kaart heette het steenhuis bij Westerreide Homburg. In Oosterreide werd in de 14e eeuw een Dominicanessenklooster gesticht.

Verlies van het achterland

[bewerken | brontekst bewerken]

In de 13e eeuw werd begonnen met de aanleg van de dijken om de oeverwal en het door ontginning en ontwatering steeds verder inklinkende venige achterland beter te beschermen tegen de oprukkende zee die Reiderland steeds verder bedreigde. Een van de belangrijkste werken waren sluizen van de Reiderzijlen waarmee de Reider Ae rond 1200 werd gedicht. Eind 13e eeuw ontstond afgaande op historische bronnen echter steeds meer wateroverlast en werden de eerste dorpen verplaatst naar hogere gronden.[5] In de 14e eeuw bleek de strijd tegen de zee niet langer vol te houden. De eerste overstromingen startten mogelijk rond 1375.[5] Dijkdoorbraken leidden tot het steeds verder onderstromen van het achterland en het begin van het ontstaan van de Dollard. Dijkverwaarlozing en vernielingen in de strijd tussen de Schieringers en Vetkopers en tijdens de Grote Friese Oorlog deden de rest. De nekslag volgde in 1509 met de Cosmas- en Damianusvloed, waarbij de Dollard haar grootste omvang bereikte en de huidige Punt van Reide in haar huidige vorm ontstond.[4] Tussen 1500 en 1530 verdween Oosterreide in een aantal fasen in zee.

De bevolking van Westerreide verarmde en trok langzamerhand weg. Het schiereiland kalfde steeds verder af en werd daarom tegen verdere afslag versterkt (het kerkhof werd daarbij sterk opgehoogd) en voorzien van een strekdam om de kracht van de vloedstroom op de kust te beperken.[4] De landerijen op de punt werden in de 16e eeuw aangeduid als 'zusteren landen' naar het nonnenklooster van Oosterreide. In 1535 ondertekenden de Groningse stadhouder (hertog) Karel van Gelre en de hoofdmannen een verdrag om de waterstaatkundige werken op onder andere de punt te onderhouden.[6][7] Deze belofte is tot in de 20e eeuw in ere gehouden. De gebieden rond de punt kalfden ondertussen steeds verder af. Omringende eilandjes (overgebleven stukken grond) zoals de Esch, de Lidden en de Ludenblenke verdwenen in de 16e eeuw eveneens in de golven.

Tachtigjarige Oorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

De Tachtigjarige Oorlog leidde een nieuwe fase in. In 1569 werden kerk en huizen geplunderd door de watergeuzen. Omdat de Reyderhorne een strategisch punt was, besloten de Spaanse autoriteiten de plek te versterken om zo het handelsverkeer op Eems en Dollard beter te kunnen beschermen. In 1574 werd de kerk tijdelijk versterkt en in 1580 werden door de Spanjaarden een schans aangelegd onder leiding van George van Lalaing rond het kerkhof en de kerk. De bewoners werden daarbij verjaagd omdat ze zich in het schootsveld bevonden. Hun huizen werden platgebrand.[4] In 1581 bezette de Staatsgezinde Wigbold van Ewsum tijdelijk de schans, maar vertrok weer nadat Francisco Verdugo terugkeerde. Hij bouwde ergens daarna een tweede schans op de lager gelegen punt 240 meter verderop aan de zeekant op een 'musketschot' afstand.[8][6][2][7]

Historicus Everard van Reyd schrijft in zijn (postuum uitgegeven) Historie der Nederlantscher oorlogen dat graaf Willem Lodewijk in 1589 de Zwaagsterschans veroverde en vandaar trok naar Reide, waar hij waarschijnlijk aan zuidzijde van de schans van Westerreide over de breedte van de punt twee schansjes aanlegde langs een oude dijk.[9][2] Op 24 juni 1589 veroverde hij van daaruit beide schansen.

De schansen werden vervolgens omgebouwd tot één grote hoge en goed verdedigbare schans met vier bastions, de Reiderschans. De kerk van Westerreide werd hiervoor gesloopt. In de schans werd een brouwerij, rosmolen, bakkerij en waterschip aangelegd. In de schans werden munten geslagen.

In 1597 spoelde de schans weg.

Golfbreker (vlinthoofd) op de noordwestkust van de punt

Na de Bataafse Revolutie werden enkele soldaten gelegerd op de punt.[2]

De Punt van Reide bleef tot ver in de 19e eeuw bewoond door enkele vissers en dijkwerkers, die in een drietal huizen woonden. In de uiterste hoek van de landpunt, op de plek van de (tweede) schans, stonden twee huizen. Op de plek van het vroegere dorp stond eveneens een huis met op kaarten uit de 19e eeuw aan westzijde mogelijk nog restanten van de vroegere schans.[2] De nederzetting als geheel stond bekend als het gehucht Reide. Een van de huizen zou volgens sommige bronnen dienst hebben gedaan als herberg.[10] Tot het begin van de 19e eeuw vond hier op Tweede Pinksterdag een jaarmarkt plaats - de zogenaamde Reidermarkt. Hierbij zou een pinksterstaak (met haan) en volksspelen zijn geweest.[11] Bij de Stormvloed van 1825 werd een van de huizen verwoest en raakten beide andere (waar de bewoners op zolder hun toevlucht hadden gezocht) zwaar beschadigd. 14 schapen en 5 koeien verdronken.[6] De huizen werden deels weer herbouwd, maar in 1842 werd een van beide huizen in de uiterste hoek van de landpunt afgebroken. Het voormalige kerkhof deed nog in 1839 dienst als begraafplaats voor drenkelingen.[12] Hier had men eerder een middeleeuwse sarcofaag opgegraven, die als drinkbak gebruikt werd voor de dieren.[13]

In 1830 werd bij Koninklijk Besluit bepaald dat het onderhoud van de punt en de dijk langs de Dollard overging van het Rijk naar de provincie (later ging het weer over naar de domeinen.[12] In 1836 werden twee nieuwe hoofden aangelegd om verdere afslag te voorkomen, maar de afslag van land ging door, vooral aan zuidzijde. De noordzijde werd versterkt met basalt en kreeg een afwatering. In 1865 telde de punt nog 84,5 hectare grond.[12] Door het graven van greppels probeerde men de aanslibbing te versterken, maar in 1877 leidde dit ertoe dat er wederom een stuk grond afsloeg.[6][7]

Het zuidelijke huis werd in 1867 gesloopt. Rond 1877 vertrok de familie Wijngaard als laatste van de punt.[12] Hun huis bij de noordoostpunt verviel ergens vervolgens tot ruïne. Van de stenen van een van de huizen werd een schuilhut gebouwd voor de schaapsherder[6], die ergens na 1900 weer verdween.[12]

Batterie Hoek van Reide

[bewerken | brontekst bewerken]
In 2015 door het Groninger Landschap aangelegd schelpeneiland voor broedende vogels in de in de 2e wereldoorlog door Duitse militairen aangelegde blusvijver (tevens zwemvijver) op de Punt van Reide
Een van de vier betonplaten (de meest oostelijke) nabij de noordoostpunt, waarschijnlijk restanten van tuiblokken

In de zomer van 1940 werden door de Duitse bezetter op de Punt van Reide een zoeklicht, luisterapparaat, woonbarak en luchtdoelmitrailleur opgesteld op beide wierden onder de naam Scheinwerfer 28. Tussen beide wierden werden plankieren aangelegd om droge voeten te kunnen houden. De Duitse soldaten waren door de lokale bevolking gewaarschuwd dat het er kon overstromen, maar dit werd niet geloofd.[14]

Op 7 mei 1941 werd door de Kriegsmarine zwaar Duits luchtafweergeschut overgebracht van de opgeheven Batterie Groningen en onder de naam Marine Flak Batterie Hoek van Reide (als onderdeel van de Marine Flak Abteilung 246) opgesteld om de riviermond en de aan de overzijde van de Eems gelegen haven van Emden te verdedigen. Dit met de slogan "Wüste und Sumpf ist unsere Trumpf" ("woestenij en moeras is onze triomf") naar de locatie waar ze zich gingen vestigen.[15] De bestaande zoeklichtinstallatie werd daarbij verplaatst naar Dallingeweer.[14]

Voor de aanleg van de batterij werd de bodem op het meest oostelijke deel sterk gewijzigd[14]:

  • De wierde aan de punt (de vroegere Reiderschans) werd opgehoogd door de grond tussen beide wierden af te graven tot een grote blusvijver, die tevens als zwembad werd gebruikt door de soldaten. Op de voorste wierde werden stellingen ingericht voor een drietal 7,5-centimeter Flak Vickers-kanonnen (Model 1931), die eerder buitgemaakt waren op het Nederlandse leger. Daarnaast werden er een aantal Oerlikon 20 mm-luchtdoelkanonnen, een MG 34-machinegeweer, zoeklicht en afstandsmeter voor de vuurleiding geplaatst. Het geheel werd omringd door een aarden borstwering. Door wijzigende inzichten veranderde deze opstelling regelmatig.
  • De zuidelijke wierde (de vroegere wierde van Westerreide) werd ingericht als woononderkomen door hier bestaande salonwagens en barakken op ongeveer 1,5 tot 2 meter boven de grond op houden palen te plaatsen, die daarvoor per schip waren aangevoerd.

Beide wierden werden wederom met plankieren met elkaar verbonden en over het geheel werd een immens camouflagenet gespannen, ondersteund door duizenden palen.[14]

Dit geheel bleef slechts enkele maanden in stand. Op 13 augustus explodeerde een granaat in een van de kanonnen, waarbij een soldaat om het leven kwam en een gewond raakte. Twee dagen later werd de batterij aangevallen door geallieerd geschut, maar wist deze met artillerie van het lijf te houden. Wel dropte een aangeschoten geallieerd vliegtuig bommen die 200 meter ten zuiden van de stelling op het wad terecht kwamen. In de herfst van 1941 ervoeren de soldaten dat de verhalen van de lokale bevolking over overstromingen geen fantasie waren. Op 4 oktober werd besloten de batterij te verplaatsen naar het gehucht Fiemel, waar de Batterie Termunten vervolgens werd ingericht. De kanonnen op de punt werden vervangen door houten namaakkanonnen om de geallieerden te proberen te misleiden, maar in de daarop volgende winter werden deze verwoest door kruiend ijs en werden deze ook verwijderd. In 1944 stond er vermoedelijk een mast, waarvan de vier tuiblokken nog aanwezig zijn. Ook staat op de zuidelijke wierde een bakstenen gebouwtje met een betonnen dak waarvan de functie onzeker is.[14] Vlak bij de dijk, nabij de Batterie Termunten, zijn op luchtfoto's uit 1944 gaten te zien die wijzen op bominslagen. Deze zijn deels nog altijd aanwezig.

Sluis en natuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebied aangewezen tot natuurmonument voor broedvogels zoals kluut, tureluur, kemphaan, scholekster en bergeend. De punt werd afgesloten tijdens het broedseizoen en er werd een verbodsbord opgehangen.[16]

Vanaf 1947 ontstond een discussie over nieuwe landaanwinningswerken in de Dollard: de Dollardwerken. In 1963 werden door de Dollard-commissie onder leiding van Rubertus Jacob Clevering plannen gelanceerd voor de aanleg van een buitendijks Dollardkanaal ter verbetering van (in de eerste plaats) de waterhuishouding in het zuidoosten van Drenthe en Oost-Groningen en als mogelijk toekomstig scheepvaartkanaal. Voor de landbouw zou tevens duizend hectare van de Dollard moeten worden ingepolderd.[17] Tussen 1970 en 1972 werd daartoe voor 30 miljoen gulden een stuk van de Punt en een stuk Dollard ten zuidoosten daarvan ingepolderd tot werkeiland, waarin vervolgens het sluizencomplex van de Dollardsluis werd aangelegd, dat water zou ontvangen van het nog te graven Dollardkanaal. Voor de beoogde buitenzijde van het sluizencomplex werden palen geplaatst voor toekomstige schepen en aan binnenzijde werd alvast 100 meter kanaal gegraven aangrenzend aan de sluis. Op de dijk naast het complex verrees een sluiswachtershuisje.[18]

De Milieuwerkgroep Dollard begon in 1972 echter een lobby tegen het plan vanwege de aantasting van de natuurwaarden in het gebied als gevolg van dit plan. De kluut vormde daarbij hun boegbeeld. Ex post word deze discussie naar deze vogel ook wel aangeduid als de 'kluutcrisis'.[19] Bioloog Fop I. Brouwer, de voorzitter van Het Groninger Landschap, steunde juist het buitendijkse kanaal[20] en voelde zich daardoor in 1973 gedwongen af te treden als voorzitter.[21] Het Kabinet-Den Uyl had een luisterend oor voor de natuurbeschermers en besloot in 1974 om het kanaal binnendijks aan te leggen. Daarop startten de landbouwers in het gebied een lobby tegen dit plan. Tussen 1974 en 1979 werd het bestaande werkeiland vergroot tot de polder Breebaart.[22] In de tussentijd werd door Groningse politici, waterschappen en boeren tevergeefs gelobbyd in Den Haag en Europa om toch een buitendijks kanaal te realiseren. Naar mate de tijd verder verstreek verdween de hoop dat er ooit nog een kanaal zou komen.

In 1981 werd het plan geschrapt ten faveure van een versnelde aanleg van de rijksweg A7. In de jaren 1970 waren stichting Het Groninger Landschap en de Vereniging Natuurmonument een lobby gestart om de stad Groningen ervan te overtuigen de Dollard met zijn kwelders (die eigendom waren van het stadslandbouwbedrijf) aan hen te verkopen. In 1978 bleek de stad hier reeds toe bereid. In 1981 werden daarop de Dollard en de Punt van Reide overgedragen als natuurgebied aan beide partijen, waarbij de stichting Het Groninger Landschap de Punt van Reide kreeg.[23]

Besloten werd om de sluis als 'een monument van gewijzigd inzicht' te slopen.[24] In 1990 verdween de sluis. In 1991 werd de polder Breebaart erachter eveneens omgevormd tot natuurgebied.[25]

  • Jan Abrahamse, 'De Punt van Reide', in: Noorderbreedte 21 (1997), nr. 4, 32-36
  • Egge Knol, 'Nooit verdwenen Dollardland', in: Karel Essink (red.), Stormvloed 1509. Geschiedenis van de Dollard, Groningen: Stichting Verdronken Geschiedenis 2013, p. 117-126
  • F.J. Klee, Geschichtliches und Kirchengeschichtliches aus Ostfriesland, dl. 1, Leer 1989
  • Jean-Denis Lepage, Vestingen en schansen in Groningen, Utrecht 1994
  • Paul Paris, 'In vogelvlucht - de Punt van Reide', in: Noorderbreedte 88 (1993), p. 88
  • G.A. Stratingh en G.A. Venema, De Dollard. Groningen 1855
  • [Jacob] T[ilbusscher], ‘De landpunt Reide’, in: Nieuwsblad van het Noorden, 8 augustus 1931, pp. 13-14
  • K. Zeeman, 'Vroegere bewoning van de landpunt van Reide', in: Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap 2e reeks 67 (1950), p. 531
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Punt van Reide van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.