Romeins onderwijs

Het Romeinse onderwijs leverde een grote en blijvende bijdrage aan het onderwijs zoals wij het nu kennen.
Binnen enkele eeuwen ging Rome van een informeel systeem van thuisonderwijs, naar een gespecialiseerd stelsel van scholen. De scholen waren geïnspireerd door en gebaseerd op de Griekse educatieve praktijk. De groei van een agrarische stadstaat naar een wereldmacht werd weerspiegeld in de ontwikkeling van het onderwijs en de gehanteerde leerstijlen.
Jongens kregen vanaf hun zevende jaar schoolonderwijs, meisjes leerden thuis koken, schoonmaken, kinderen verzorgen, spinnen, weven, naaien en borduren, en als hun ouders rijk waren kregen ze zelfs een huisleraar, een ontwikkelde slaaf, die hen leerde lezen en schrijven. Ook kregen ze muziekles. Schoolonderwijs kostte geld, en de minder rijke families zorgden dat hun zoon in ieder geval de "basisschool" volgde om te leren lezen, schrijven en rekenen.
De Romeinse schooldag was langer dan die van de huidige schoolkinderen, en duurde van 6 uur in de ochtend tot 12 uur in de middag. Zo konden kinderen daarna nog aan het werk. Er waren geen weekenden, maar talrijke, schoolloze religieuze feestdagen. Ook op marktdagen was er geen school, en er was een betrekkelijk lange zomervakantie.
Leren in de Romeinse scholen was gebaseerd op angst. Jongens werden geslagen voor de geringste overtreding, vanuit de pedagogische overtuiging dat een jongen zo correct en nauwkeurig zou leren.
Jongens moesten veel oefenen. Ze mochten niet op papyrus, de voorganger van papier, schrijven. Pas na langdurige oefening op een wastablet, mochten ze het op papyrus proberen. Hun 'pennen' waren veren en hun inkt was een mengsel van gom, roet en, soms, de inkt van een inktvis. Lessen werden uit het hoofd geleerd.
Basisonderwijs
[bewerken | brontekst bewerken]Op de "basisschool" leerden jongens van 7 tot 12 jaar lezen, schrijven en rekenen. De onderwijzer werd de magister genoemd, meestal een Griekse, vrijgelaten slaaf. De magister was streng, de dichter Horatius noemde zijn magister "de mepper". Naar school en terug naar huis werden de kinderen begeleid door een paedagogus (letterlijk "kinderbegeleider"), een slaaf. Soms overhoorde deze ook het huiswerk. De school zelf stelde niet veel voor: de lessen vonden plaats in de buitenlucht, met als afscherming een paar gordijntjes. Een schooldag duurde ongeveer 6 uur, met een korte pauze rond 12 uur. Op de feestdagen en op elke 9e dag (marktdag, dan was er te veel lawaai voor een les) was er geen school. In de zomermaanden was de school dicht vanwege de warmte.

De Romeinen hadden geen speciaal onderwijsmateriaal voor kinderen. Zij leerden lezen en schrijven met teksten die geschreven waren voor volwassenen. Het leren werd nog verder bemoeilijkt doordat de Romeinen alle woorden zonder spaties (scriptio continua) en leestekens schreven. Schrijven deden de kinderen op een tabula cerata, een wastafeltje. Om te rekenen gebruikten de kinderen een telraam.
Behalve Latijn, leerden de kinderen ook Grieks lezen en schrijven. Dit was voor de Romeinen een soort tweede taal, die door iedereen gesproken en verstaan werd.
Voortgezet onderwijs
[bewerken | brontekst bewerken]De meeste jongens stopten op hun 12e met school en kozen een beroep. Zonen van de nog rijkere families kregen tot hun 15e voortgezet onderwijs. De jongens kwamen in de leer bij een grammaticus. Dit was meestal een Griek die lesgaf in Latijnse en Griekse literatuur. Ze lazen grote werken van Griekse dichters, zoals de Ilias en Odyssee van Homerus, tragedies van Aeschylus, Sophocles en Euripides. Maar ook werden er geschriften van Romeinse schrijvers als Vergilius en Horatius gelezen. En niet alleen gelezen. Hele passages werden uit het hoofd geleerd en zonder stotteren voorgedragen. Naast literatuur kregen ze ook vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde, sterrenkunde en mythologie.
Retorenschool
[bewerken | brontekst bewerken]Na het "voortgezet onderwijs" bij de grammaticus gingen de zonen van heel belangrijke families naar de retorenschool. Deze was ongeveer te vergelijken met de huidige universiteit. Op deze school gaf een retor, een geleerde in de welsprekendheid, les. De meeste retoren kwamen uit Griekenland. Hij gaf de leerlingen les in de Griekse en Latijnse literatuur en leerde ze spreken in het openbaar. Dit was van groot belang voor een hoge maatschappelijke positie.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Vroege Romeinse Rijk
[bewerken | brontekst bewerken]Vanaf de stichting van Rome 753 v.Chr. tot ongeveer 250 v.Chr., was sprake van basaal onderwijs. De primaire opvoeders waren de ouders, die hun kinderen de benodigde kennis en vaardigheden bijbrachten voor het leven in de republiek, op het gebied van landbouw, politiek en militaire vaardigheden. Voorop stond echter de vorming van de jongens tot vir bonus, 'de goede man', behept met de morele en maatschappelijke verantwoordelijkheden die werden verwacht van de burgers van de Romeinse republiek[1].
De eerste scholen in Rome dateren van rond 350 v.Chr[2]. Deze scholen werden Ludi (enkelvoud: Ludus) genoemd, naar het Latijnse woord voor "spelen". Net als het huidige kleuteronderwijs hielden deze scholen zich bezig met socialisatie van de leerlingen, en het geven van basaal onderwijs. Na 250 v.Chr. werd een ex-slaaf genaamd Spurius Carvilius belast met het openen van de eerste Ludus[3], waarvoor schoolgeld betaald moest worden. Zo ontstond ook het beroep van leraar in het oude Rome. Georganiseerd onderwijs was waarschijnlijk zeldzaam, van de periode van voor de 2e eeuw v.Chr. zijn er alleen sporadisch primaire bronnen of rekeningen van het Romeinse educatieve proces teruggevonden[2].
Latere Romeinse rijk
[bewerken | brontekst bewerken]Op het hoogtepunt van de Romeinse Republiek en later het Romeinse Rijk vond het Romeinse onderwijssysteem geleidelijk zijn definitieve vorm. Er werden formele scholen opgericht waarvoor betaald diende te worden (er waren relatief gezien zeer weinig leerlingen, omdat gratis openbaar onderwijs zoals wij dat kennen niet bestond).[4] Normaal gesproken werden zowel jongens als meisjes opgeleid, maar niet noodzakelijkerwijs samen.[4] Een Romeinse jongen had de keuze om of naar school of naar zee te gaan.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Nanette R. Pascal, " The Legacy of Roman Education ", The Classical Journal 79, No. 4 (1984): 351-355.
- 1 2 Michael Chiapetta, "Historiografie en Romeinse Onderwijs,"Geschiedenis van Onderwijs Nr4, nee. 4 (1953): 149-156.
- ↑ Simon Hornblower en Antony Spawforth,Oxford Classical Dictionary(New York: Oxford University Press, 1996).
- 1 2 Oxford Classical Dictionary, uitgegeven door Simon Hornblower en Antony Spawforth, Third Edition. Oxford, New York: Oxford University Press, 1996