Naar inhoud springen

aftreksel

Uit WikiWoordenboek
  • af·trek·sel
enkelvoud meervoud
naamwoord aftreksel aftreksels
verkleinwoord aftrekseltje aftrekseltjes

het aftreksel o

  1. een vloeistof waarin men de oplosbare delen van iets heeft laten oplossen
  2. (figuurlijk) een zwakke vorm van iets
    ▸ Chantal probeerde een glimlach te produceren. Het werd een flauw aftreksel, aangezien andere emoties nog vrij spel hadden.[1]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]