beginselen
Uiterlijk
- Geluid: beginselen (hulp, bestand)
- be·gin·se·len
de beginselen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord beginsel
- basiskennis, wat je moet weten voordat je ergens aan begint
- Oom Jan leert neefje (de eerste beginselen) van het schaken.
- ▸ In vorige hoofdstukken hebben we gezien hoe de rechter mede aan de wieg heeft gestaan van de ontwikkeling van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur ter bescherming van de burger tegen de overheid.[1]
- ▸ Hier werd hij ingewijd in de beginselen van het ridderbestaan door een harde fysieke training.[2]
- Het woord beginselen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "beginselen" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Helen Stout“De Nederlandse rechtsstaat” (2015), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048528622 - ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be