Naar inhoud springen

binnenlaten

Uit WikiWoordenboek
  • bin·nen·la·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenlaten
liet binnen
binnengelaten
klasse 7 volledig

binnenlaten [1]

  1. overgankelijk binnen een zekere ruimte toelaten
    • Ik zal je even binnenlaten dan hoef je niet buiten in de regen te wachten. 
    ▸ Zo werd op een winderige dag in november een kleine magere jongen binnengelaten bij de Sint en zijn honderd Pieten.[2]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑ “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 11
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be