Naar inhoud springen

boomgaard

Uit WikiWoordenboek
Een boomgaard in Harmelen op Wikipedia (nl)
  • boom·gaard
enkelvoud meervoud
naamwoord boomgaard boomgaarden
verkleinwoord boomgaardje boomgaardjes

deboomgaardm

  1. een stuk grond met vruchtbomen
    • Het is prachtig in de lente met de boomgaard in bloei. 
     In het bijgebouw achter de boomgaard had ze een oud houten paneel gevonden dat ze heimelijk, alsof het smokkelwaar was, had meegenomen naar zolder.[2]
     Nietsvermoedende konijnen hopsten door de boomgaard en op de heuvels in de verte werden geiten gehoed, de bellen om hun nek klingelden atonaal en onregelmatig, een rustgevend geluid, omdat er geen enkele opzet achter zat.[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]