matsen
Uiterlijk
- mat·sen
- herkomst onzeker, in de betekenis van ‘iemand een voordeeltje gunnen’ aangetroffen vanaf 1952 (zie vindplaats hieronder) [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| matsen |
matste |
gematst |
| zwak -t | volledig | |
matsen
- inergatief het niet zo nauw te nemen met de regeltjes; de zaken gunstiger voorstellen dan ze zijn
- Als je matst bij je meting ben je geen goede wetenschapper.
- overgankelijk iemand onverdiend bevoordelen
- Hij werd duidelijk gematst.
- ▸ Tijdens de lange reeks van jaren, dat hij de voetbalsport als scheidsrechter heeft gediend heeft men eens getracht Kuitenbrouwer om te kopen voor vijf pinten bier. Ergens in de Achterhoek was hem de leiding opgedragen van een wedstrijd. Hij was nog maar nauwelijks binnen de hekken van het sportveld of een paar bestuursleden stevenden op de Deventer referee af. „Kun je ons vandaag niet matsen”, vroeg de een. Vijf zware glazen bier stelde men als loon in het vooruitzicht.[2]
- Het woord matsen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "matsen" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 61 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ matsen (iem. een voordeeltje gunnen) op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Medaillekast vol kostelijke herinneringen : Sportgesprek met Frans Kuytenbrouwer Voetballer, die later een enthousiast scheidsrechter werd in: Deventer Dagblad (22 september 1952), Maatschappij Deventer Dagblad NV, Deventer, p. 6 kol. 6 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 61 %