onbegaanbaar
Uiterlijk
- Geluid: onbegaanbaar (hulp, bestand)
- IPA: / ˌɔmbəˈɣambar / (4 lettergrepen)
- on·be·gaan·baar
- afleiding van begaanbaar met het voorvoegsel on-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onbegaanbaar | onbegaanbaarder | onbegaanbaarst |
| verbogen | onbegaanbare | onbegaanbaardere | onbegaanbaarste |
| partitief | onbegaanbaars | onbegaanbaarders | - |
onbegaanbaar
- waar je niet over kunt lopen of rijden
- Hoewel de kaart aangaf dat de weg verhad zou moeten zijn, bleek het alleen maar een onbegaanbaar pad te zijn.
- ▸ Als een slordige s in spiegelbeeld was het kanaal over de stadsplattegrond gekalkt door een dronken ontwerper die sadistisch lachte toen hij zag hoe zijn ingreep de stad zo goed als onbegaanbaar had gemaakt voor de flanerende edelen met hun satijnen schoentjes en die pas de volgende dag, weer nuchter, besefte dat hij geheel tegen zijn bedoeling in een magnifieke waterweg had geschapen die alle delen van de stad op een mooie, trage manier met elkaar verbond.[1]
- Het woord onbegaanbaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onbegaanbaar" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers
, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 22 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel on- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %