overblijfselen
Uiterlijk
- over·blijf·se·len
de overblijfselen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord overblijfsel
- ▸ Wat ze daar aantroffen ging elk voorstellingsvermogen te boven: achttien totaal verkleumde mensen, onder wie kinderen, zich vastklampend aan een stuk op drift geraakt dak dat vlak boven het wateroppervlak nauwelijks nog werd gestut door de overblijfselen van het huis en een gekantelde vrachtwagen.[1]
- ▸ Penny (46) stond aan de wieg van de Mars Society, en hoopt dat er ook op Mars ooit micro-organismen worden ontdekt, of in elk geval fossiele overblijfselen daarvan.[2]
- ▸ In de keuken de overblijfselen van het avondmaal van gisteren - vuile vorken die met magneetjes aan de tafel vastzitten en eetstokjes in een etui aan de wand.[3]
- Het woord overblijfselen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625