routine
Uiterlijk
- rou·ti·ne
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vaardigheid, sleur’ voor het eerst aangetroffen in 1781 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | routine | routines |
| verkleinwoord | routinetje | routinetjes |
de routine v
- een reeks handelingen die, vaak zonder te hoeven nadenken, kan worden verricht door een verkregen vaardigheid
- telkens terugkerende bezigheden
- ▸ Het is pas de eerste keer, maar ik kan de contouren van een nieuwe routine al ontwaren.[5]
- ▸ Wanneer hij deze nieuwe routine precies kreeg, is moeilijk te zeggen, misschien speelde het al langer zonder dat we het hadden gemerkt.[6]
- ▸ Iedere doordeweekse ochtend hield ik vast aan mijn routine waardoor het maanden duurde voor mijn ouders erachter kwamen.[7]
- subroutine
- Het woord routine staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "routine" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[8] |
- ↑ "routine" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ routine op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “Kruistocht in spijkerbroek”
(1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670 - ↑ Frederik Backman“Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt” (2013), Volt, ISBN 9789021455808
- ↑ Lynn Berger“De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
- ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑ Lex Paleaux“Liften naar de hemel” (2026), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026374715 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- geattesteerd sinds de 16de eeuw als Middelfrans rotine; van route met het achtervoegsel -ine [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| routine | la routine | routines | les routines |
routine v
- routine [1]
- routine [2]
- (informatica) subroutine; routine [3]
- ↑ routine (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ine in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Informatica in het Frans