Naar inhoud springen

slordig

Uit WikiWoordenboek
  • slor·dig
  • In de betekenis van ‘niet verzorgd’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1]
  • afgeleid van slord met het achtervoegsel -ig [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen slordigslordigerslordigst
verbogen slordigeslordigereslordigste
partitief slordigsslordigers-

slordig

  1. zonder de nodige zorg uitgevoerd
    • De deur was op slordige wijze geschilderd en zat vol met druipers en spetters. 
    ▸ Ze scheurt de blanco pagina's achter in het boek eruit en kriebelt er in een slordig handschrift haar lijstjes op.[3]
    ▸ Britt-Marie trekt geen overhaaste conclusies, dus ze weet zeker dat ook blinde mensen slordig kunnen zijn.[4]
    ▸ Ze zien er op een romantische manier slordig uit, ze zijn tevreden over zichzelf en maken het verhaal over de redding van de gevangenen steeds mooier.[5]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]