tegoed
Uiterlijk
- te·goed
- samenstelling van te vz en goed zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tegoed | tegoeden |
| verkleinwoord | tegoedje | tegoedjes |
het tegoed o
- (financiële) middelen waarop men (bij een spaarinstelling) aanspraak kan maken
- Alle tegoeden zijn overgebracht naar een andere rekening.
- zich tegoed doen
zich volvreten of zich voldrinken
- ∗ Ze doen zich tegoed aan honderden soorten economisch belangrijke producten, zoals papaja, pinda, rubber, bonen, erwten, komkommers en tuinbouw-, cultuur- en geneeskrachtige planten.[1]
- • Hier geen rotsbodem, maar zand met een vegetatie waar zeeschildpadden gek op zijn. Al na een paar minuten snorkelen spot je de oerbeesten op de bodem, terwijl ze zich tegoed doen aan het gras. Iedere twintig minuten moeten ze naar de oppervlakte om adem te halen en dan zwem je op centimeters afstand met de onverstoorbare beesten mee. Een prachtige belevenis.[2]
- Het woord tegoed staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tegoed" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑
Weblink bron “Delen Florida in quarantaine door megaslak met rattenlongworm” (02 jul 2022), NU.nl - ↑ de Telegraaf RON PEEREBOOM VOLLER 02 apr. 2013
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %