voorspellen
Uiterlijk
- Geluid: voorspéllen (hulp, bestand)
- IPA: / vorˈspɛlə(n) / (3 lettergrepen)
- Geluid: vóórspellen (hulp, bestand)
- IPA: / ˈvorspɛlə(n) / (3 lettergrepen)
- voor·spel·len
- van Middelnederlands vorespellen, op te vatten als samenstelling van voor bw en spellen ww , in de betekenis van ‘profeteren’ voor het eerst aangetroffen in 1330 [1][2][3][4]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voorspellen |
voorspelde |
voorspeld |
| zwak -d | volledig | |
voorspéllen
- overgankelijk een uitspraak doen over toekomstige gebeurtenissen
- ▸ Het doel van de behavioristische psychologie is voorspellen en beheersen van gedrag, dat in de opvatting van deze psychologen niet meer is dan de som van alle reflexen.[5]
- ▸ Zij weet precies wat de ondervragers weten, zij kan de gevangenen voorspellen of zij veroordeeld zullen worden of vrijgelaten.[6]
- ▸ Of een verkoopautomaat daadwerkelijk een slimme investering is, vindt Abbenes moeilijk te voorspellen. "Investeren blijft een risico. Jongeren zijn al vatbaarder voor sociale media omdat ze het gevoel krijgen dat ze de boot missen. Maar in dit geval kun je het risico goed inschatten omdat jongeren precies kunnen berekenen wanneer ze hun investering terugverdienen."[7]
1. een uitspraak doen over toekomstige gebeurtenissen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voorspellen |
spelde voor |
voorgespeld |
| zwak -d | volledig | |
vóórspellen
- overgankelijk letter voor letter laten horen hoe een woord wordt geschreven
- Het woord voorspellen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "voorspellen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ voorspellen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "voorspellen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Louw Feenstra V“Zintuigen” (2016), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048529421 - ↑ “De tranen der acacia's”
(1949), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028242364 - ↑
Weblink bron Pomme Rademaker“Bijverdienen met een verkoopautomaat bij kapper of sportschool is in trek” (5 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %