Naar inhoud springen

voorspellen

Uit WikiWoordenboek

(klemtoonhomogram)

  • voor·spel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorspellen
voorspelde
voorspeld
zwak -d volledig

voorspéllen

  1. overgankelijk een uitspraak doen over toekomstige gebeurtenissen
     Het doel van de behavioristische psychologie is voorspellen en beheersen van gedrag, dat in de opvatting van deze psychologen niet meer is dan de som van alle reflexen.[5]
     Zij weet precies wat de ondervragers weten, zij kan de gevangenen voorspellen of zij veroordeeld zullen worden of vrijgelaten.[6]
     Of een verkoopautomaat daadwerkelijk een slimme investering is, vindt Abbenes moeilijk te voorspellen. "Investeren blijft een risico. Jongeren zijn al vatbaarder voor sociale media omdat ze het gevoel krijgen dat ze de boot missen. Maar in dit geval kun je het risico goed inschatten omdat jongeren precies kunnen berekenen wanneer ze hun investering terugverdienen."[7]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorspellen
spelde voor
voorgespeld
zwak -d volledig

vóórspellen

  1. overgankelijk letter voor letter laten horen hoe een woord wordt geschreven
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[8]