Naar inhoud springen

Westelijke Qin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Westelijke Qin
Westelijke Qin
Ligging van Westelijke Qin in Noordwest-China in het jaar 416.
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 西秦
Traditioneel 西秦
Pinyin Xī Qín
Wade-Giles Hsi-ch’in

De Westelijke Qin-dynastie (385-400, 409-431) was een niet-Chinese dynastie die regeerde over een deel van Noord-China tijdens de periode van de Zestien Koninkrijken (304-439). Destijds was dat gebied verdeeld in staten die voor het merendeel door niet-Chinese ruiternomaden waren gevormd. Westelijke Qin wordt door Cui Hong (478-525) in zijn Lente- en herfstannalen van de Zestien Koninkrijken gerekend tot de Zestien Koninkrijken.

Samenvattend overzicht

[bewerken | brontekst bewerken]

Westelijke Qin werd in 385 gesticht door Qifu Guoren (乞伏國仁, r.385-388). Hij behoorde tot de Qifu, een tak van de Xianbei. Zijn staat omvatte het zuidwesten van de huidige provincie Gansu en het noordoosten van Qinghai. Economisch gezien bevond Westelijke Qin zich in de overgangsperiode van nomadisch veeteelt naar landbouw. De staat was gebaseerd op militaire veroveringen en bestond uit instabiele allianties met lokale stammen. Voortdurende oorlogen met Latere Liang en de Tuyuhun hadden Westelijke Qin zo verzwakt dat in 400 Qifu Qiangui (乞伏乾歸, r.388-400, 409-412) zich moest onderwerpen aan de Latere Qin (384-417). Hij werd gedwongen zich te vestigen in hun hoofdstad Chang'an, maar wist in 409 de onafhankelijkheid van Westelijke Qin te herstellen. In 414 werd Zuidelijke Liang door Qifu Chipan (乞伏熾盤, r.412-428) van Westelijke Qin veroverd, waarop hij de titel "koning van Qin" (秦王, Qin wang) aannam. De naam "Qin" is afgeleid van de voormalige locatie van de Qin-staat tijdens de Periode van de Strijdende Staten. De belangrijkste tegenstander van Westelijke Qin werd nu Noordelijke Liang, zeker nadat die staat in 421 Westelijke Liang had vernietigd. Na een zware militaire nederlaag die in samenwerking met Noordelijke Liang in 426 was toegebracht door het leger van de staat Xia, besloot de laatste heerser van Westelijke Qin, Qifu Mumo (乞伏暮末, r.428-431) zich te onderwerpen aan de Noordelijke Wei. Hij trok met zijn stam oostwaarts in hun richting, maar werd in 431 met zijn clan uitgeroeid door Xia.

Politieke geschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]

Voorgeschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie ook: Qifu voor de ontstaansgeschiedenis van de Qifu

Qifu Guoren, de stichter van Westelijke Qin, werd geboren in het district Xiangwu (襄武) in het huidige Longxi (隴西), provincie Gansu. Hij was afkomstig uit de familie van stamleiders van de Qifu-stam, een onderdeel van de Xianbei. Zijn vader, Qifu Sifan ((乞伏司繁, r.371-376) werd in 371 aangevallen door Wang Tong (王統, †392), een generaal in dienst van Fu Jian (苻堅, r.357-385), heerser van Vroegere Qin. Qifu Sifan onderwierp zich aan Fu Jian en werd zijn vazal. Hij ontving de titel "Zuidelijke Chanyu" (南單于) en mocht zijn Qifu-stam in Yongshichuan (勇士川, in het huidige Lanzhou, Gansu) blijven leiden. Daar werd hij in 373 aangevallen door Bohan (勃寒), leider van een Xianbei-stam. Fu Jian benoemde Qifu Sifan tot "Generaal van het Westelijke Grensleger" (鎮西將軍, Zhenxi jiangjun). Die versloeg Bohan en kon zo zijn eigen machtspositie versterken.

Qifu Sifan overleed in 376 en werd opgevolgd door zijn zoon Qifu Guoren. Hoewel die op dat moment de beschikking had over een aanzienlijke troepenmacht, bleef hij een vazal van Fu Jian van Vroegere Qin. Toen die besloot de zuidelijke Jin-dynastie aan te vallen om zo geheel China onder zijn gezag te verenigen, stelde hij Qifu Guoren aan als een van zijn generaals. In 383 kwam Qifu Butui (乞伏步頹), een oom van Qifu Guoren, in opstand tegen Fu Jian. Qifu Guoren kreeg opdracht om eerst die opstand te onderdrukken. Eenmaal daar aangekomen sloot hij zich echter aan bij zijn oom en beschouwde zich niet langer onderworpen aan de Vroegere Qin. Nadat Fu Jian een zware nederlaag bij de Slag aan de Fei rivier had geleden en vervolgens werd vermoord, verklaarde Qifu Guoren zich in 385 ook formeel onafhankelijk. Hij voerde zijn eigen kalender in door het aannemen van de jaartitel Jianyi (建義, 385-388). In de Chinese historiografie kreeg zijn staat vanaf dat moment de naam "Westelijke Qin" en vormde een van de Zestien Koninkrijken.

Qifu Guoren (376/385-388)

[bewerken | brontekst bewerken]
Ligging van Westelijke Qin in 391.

Qifu Guoren riep zichzelf in 385 uit tot "Grootcommandant" (大都督, Da dudu), "Grootgeneraal" (大將軍, Da jiangjun), "Groot-Chanyu" (大單于, Da Chanyu) en "Gouverneur van de provincies Qin en He" (領秦河二州牧. Ling Qin He er zhoumu). Hij benoemde Yizhan Yinqi (乙旃音埿) tot zijn linkerkanselier (左相, zuoxiang), Wuyin Chuzhi (屋引出支) tot zijn rechterkanselier (右相, youxiang), Dugu Piti (獨孤匹蹄) tot zijn linkerassistent (左輔, zuofu) en Wuqun Yongshi (武群勇士) tot zijn rechterassistent (右輔, youfu). Zijn jongere broer Qifu Qiangui (乞伏乾歸) werd tot hoogste generaal (上將軍, shangjiangjun) benoemd. De hoofdstad werd Yongshicheng (勇士城, het huidige Yuzhong (榆中) in Lanzhou, provincie Gansu). Westelijke Qin werd verdeeld in twaalf districten (郡, jun), Wucheng (武城), Wuyang (武陽), Angu (安固), Wushi (武始), Hanyang (漢陽), Tianshui (天水), Lueyang (略陽), Qiangchuan (漒川), Gansong (甘松), Kuangpeng (匡朋), Baima (白馬) en Yuanchuan (苑川).

Gedurende de volgende twee jaar consolideerde Qifu Guoren zijn rijk door de hem omringende stammen te onderwerpen. Nadat Miyi (秘宜), clanleider van een Qiang-stam zich met meer dan 30.000 huishoudens had overgegeven, werden hij en zijn broer Mohouti (莫侯悌) benoemd tot cishi (刺史, gouverneur). In 387 viel Qifu Guoren met 30.000 ruiters de drie Xianbei-stammen van Migui (密貴), Yugou (裕苟) en Tilun (提倫) aan en versloeg hen bij de Kehun-rivier (渴渾川). Daarbij werden 3.000 stamleden onthoofd en 5.000 paarden buitgemaakt. De drie verslagen stamleiders ontvingen daarentegen na hun overgave een adellijke titel en werden benoemd tot generaal. Eveneens in 387 werd Chilu Wuguba (叱盧烏孤跋), een generaal in dienst van Qifu Guoren die tegen hem een opstand was gekomen, door hem verslagen, waarna hij de generaal toch weer zijn oude positie teruggaf. Ook viel Qifu Guoren de Xianbei-stamleider Yuezhi Chili (越質叱黎) aan in Pingxiang (平襄), versloeg hem en nam meer dan 5.000 leden van zijn stam gevangen.

Hoewel Qifu Guoren zich in 385 onafhankelijk had verklaard van Vroegere Qin, accepteerde hij in 387 van Fu Deng (苻登, r.386–394), heerser van Vroegere Qin toch de titel "Koning van Yuanchuan" (苑川王). Daarmee verklaarde hij zich tot vazal van Vroegere Qin, maar omdat hij zijn eigen kalender en jaartitel bleef gebruiken was deze status eerder nominaal van aard. In 388 overleed Qifu Guoren. Hij werd postuum benoemd tot koning Xuanlie (宣烈王) en ontving als tempelnaam Liezu (烈祖). Omdat zijn zoon, Qifu Gongfu (乞伏公府, †412), nog jong was, werd Qifu Guoren opgevolgd door zijn jongere broer Qifu Qiangui (乞伏乾歸).

Qifu Qiangui (388-400; 409-412)

[bewerken | brontekst bewerken]

Qifu Qiangui nam de titels "Grootcommandant", "Grootgeneraal" en "Groot-Chanyu" over van zijn broer, maar noemde zich "koning van Henan" (河南王). Daarmee werd niet de huidige provincie Henan bedoeld, maar de delen van de huidige provincies Gansu en Qinghai ten zuiden van de Gele Rivier. Verder nam hij een nieuwe jaartitel aan, Taichu (太初, 388–400) en verplaatste zijn hoofdstad van Yongshi naar Jincheng (金城, ten westen van het huidige Lanzhou). Hij benoemde zijn echtgenote Bian tot koningin (邊王后, Bian wanghou) en hun zoon, Qifu Chipan (乞伏熾磐, †428) in 393 tot kroonprins. Chulian Qidou (出連乞都, †399) werd zijn kanselier (丞相, chengxiang); Mohou Tijuan (莫侯悌眷), de gouverneur van Liangzhou (梁州) werd keizerlijke censor (御史大夫, yushi dafu); Bian Rui (邊芮) uit Jincheng (金城) werd linker hoofdsecretaris (左長史, zuo zhangshi); Miyi (秘宜), gouverneur van Dongqinzhou (東秦州) werd rechter hoofdsecretaris (右長史, you zhangshi); Zhai Qing (翟勍, †417), gouverneur van Wushi (武始) werd linker minister van oorlog (左司馬, zuo sima); Wang Songshou (王松壽) uit Lüeyang (略陽) werd hoofdsecretaris (主簿, zhubu); Qifu Kedan (乞伏軻彈), een neef van Qifu Qiangui, werd gouverneur (牧, mu) van Liangzhou (梁州); Qifu Yizhou (乞伏益州), jongere broer van Qifu Qiangui gouverneur van Qinzhou (秦州) en Qifu Qujuan (乞伏屈眷) gouverneur van Hezhou (河州).

Militaire ontwikkelingen 388-400

[bewerken | brontekst bewerken]

Qifu Qiangui versterkte zijn binnenlandse positie zowel door diplomatieke druk als door militaire acties. Duru (獨如), een stamhoofd van de Zuidelijke Qiang onderwierp zich met 7.000 stamleden. De stammen van Xiaguan Adun (休官阿敦) en Hou Nian (侯年), elk met 5.000 huishoudens werden verslagen nadat ze de Qiantun-berg hadden bezet. Hierop stuurde Murong Shilian (慕容視連, r.371-390), leider van de Tuyuhun een gezantschap om eerbetoon te brengen aan Qifu Qiangui. De Xianbei-stamleiders Douliuyi (豆留䩭), Chidouhun (叱豆渾), Nanqiu Lujie (南丘鹿結), Xiuguan Hehunu (休官曷呼奴) en Lushui Weideba (盧水尉地跋) onderwierpen zich aan Qifu Qiangui en ontvingen daarvoor officiële titels. Xianbei-leider Yuezhi Jiegui (越質詰), zoon van de in 386 bij Pingxiang verslagen Yuezhi Chili en prefect van Longxi (隴西), kwam in 390 in opstand tegen Qifu Qiangui. Hij riep zichzelf uit tot "Rechter Wijze koning" (右賢王). Qian Gui versloeg hem in 391, maar verleende hem de titel "Liyi-generaal" (立義將軍).

Eveneens in 391 vroeg een stamhoofd, Mo Yigan (沒奕干) aan Qifu Qiangui om hem te steunen in zijn strijd met Da Dou (大兜), een Xianbei-stamhoofd en stuurde twee van zijn zonen als gijzelaar naar Qifu Qiangui. Nadat Da Dou was verslagen, stuurde Qifu Qiangui die twee zonen van Mo Yigan terug naar huis. Ondanks de verleende steun keerde Mo Yigan zich tegen Qifu Qiangui en verbond zich met Liu Weichen (劉衛辰, r.359-391), het stamhoofd van de Tiefu-stam. Toen Qifu Qiangui hierop een veldtocht tegen Mo Yigan begon, maakte generaal Lü Bao (呂寶, †392), een broer van Lü Guang (呂光, r.386-399), heerser van Latere Liang van de gelegenheid gebruik om Westelijke Qin aan te vallen. Qifu Qiangui werd verslagen bij de Mingque-kloof (鳴雀峽) en trok zich vervolgens terug naar Qing'an (青岸, nabij de hoofdstad Jincheng). Lü Bao achtervolgde hem, maar Qifu Qiangui stuurde zijn generaal, Peng Xinian (彭奚念) om een eventuele terugtocht van Lü Bao te blokkeren. Qifu Qiangui leidde vervolgens een tegenaanval, waarbij Lü Bao en meer dan 10.000 van zijn soldaten sneuvelden. Deze aanval vormde het begin van een reeks gevechten tussen Latere Liang en Westelijke Qin.

Ligging van Westelijke Qin in 398, na de vernietiging van Vroegere Qin in 394.

Net als zijn broer Qifu Guoren was ook Qifu Qiangui een vazal van Vroegere Qin. Hij ontving in 389 van hun heerser, Fu Deng (苻登, r.386-394) de titel "Koning van Jincheng" (金城王). Hoewel die in rang lager was dan de titel "Koning van Henan", die hij zichzelf eerder had verleend, accepteerde Qifu Qiangui toch de nieuw gegeven titel. In 394, na de dood van Yao Chang (姚萇, r.384-394), heerser van Latere Qin besloot Fu Deng tot een aanval op Latere Qin. Hij zocht daarvoor steun bij Qifu Guoren door hem de titel "Koning van Henan" te verlenen. Het leger van Fu Deng leed echter een nederlaag tegen Yao Xing (姚興, r.394-416) van Latere Qin, zoon en opvolger van Yao Chang. Fu Deng vluchtte de bergen in en stuurde zijn zoon Fu Zong (苻宗) naar Qifu Qiangui om hulp. Fu Deng verleende Qifu Qiangui daarvoor de titel "Koning van Liang (梁王) en gaf hem zijn zuster, Koningin Fu (苻王后) tot echtgenote. Qifu Qiangui stuurde zijn generaal Qifu Yizhou (乞伏益州) om Fu Deng te ondersteunen. Toen Fu Deng echter zijn schuilplaats in de bergen verliet om zich bij Qifu Yizhou aan te sluiten, liep hij in een hinderlaag van Yao Xing en werd gedood. Qifu Yizhou trok zich vervolgens terug. Fu Chong (苻崇, r.394), zoon en opvolger van Fu Deng vluchtte naar Huangzhong (湟中, het huidige Xining in de provincie Qinghai), dat onder gezag van Qifu Qiangui viel. Die verjoeg eind 394 Fu Chong, waarop die steun zocht bij Yang Ding (楊定, r.385-394), heerser van het staatje Chouchi. Samen vielen zij Qifu Qiangui aan, maar werden verslagen door het leger van Westelijke Qin onder leiding van de generaals Qifu Yizhou, Qifu Ketan (乞伏軻彈) en Yuezhi Jiegui. ZowelYang Ding als Fu Chong sneuvelden. De dood van Fu Chong betekende het einde van de staat Vroegere Qin. Qifu Qiangui bezette het oostelijke deel van de corridor van Longxi (隴西), waarna hij zichzelf uitriep tot "Koning van Qin" (秦王). In 395 verplaatste hij zijn hoofdstad van Jincheng naar Xicheng (西城, het huidige Baiyin in Gansu) en in 400 werd Yuanchuan (苑川, eveneens in het huidige Baiyin) zijn residentie.

Ondertussen ging ook de in 392 begonnen strijd tussen Westelijke Qin en Latere Liang door. In 395 viel Lü Guang (呂光, r.386-399) van Latere Liang Qifu Qiangui aan, die daarop van twee functionarissen het advies kreeg zich tot vazal van Latere Liang te verklaren. Hij negeerde dit voorstel en executeerde de twee adviseurs, Mi Guizhou (密貴周) en Mozhe Gudi (莫者羖羝). In 397 viel Latere Liang opnieuw aan, maar werd verslagen door Qifu Yizhou, waarbij generaal Lü Yan (呂延, broer van de heerser van Latere Liang) om het leven kwam. Voor Latere Liang leidde deze nederlaag tot de afscheiding van Noordelijke Liang (398-439/460). Qifu Yizhou viel na zijn overwinning op Latere Liang ook de nomadenstam van de Tuyuhun aan. Hij versloeg hun heerser, Murong Shipi (慕容視羆, r.390-400) en nam zijn zoon als gijzelaar.

Ondanks de overwinningen hadden de oorlogen met Latere Liang en de Tuyuhun Westelijke Qin militair zo verzwakt dat generaal Yao Shuode (姚碩德) uit Latere Qin in de zomer van 400 besloot Westelijke Qin aan te vallen. Hij was een broer van Yao Xing (姚興, r.394-416), de heerser van Latere Qin. Qifu Qiangui leed een zware nederlaag, waarbij hij het grootste deel van zijn leger verloor. Hij gaf het restant bevel zich over te geven aan Latere Qin. Westelijke Qin was vanaf dat moment feitelijk geannexeerd door Latere Qin. Zelf vluchtte Qifu Qiangui naar Zuidelijke Liang, waar hij door de heerser,Tufa Lilugu (r.399-402) met alle eer werd ontvangen.

Annexatie door Latere Qin 400-409

[bewerken | brontekst bewerken]
Situatie in China in 406, na de annexatie van Westelijke Qin door Latere Qin

Hoewel Qifu Qiangui in Zuidelijke Liang met alle eer was ontvangen, vertrouwde heerser Tufa Lilugu hem niet en liet hem voor de zekerheid door een legereenheid bewaken. Om het wantrouwen van Tufa Lilugu weg te nemen, liet Qifu Qiangui zijn vrouw en kinderen als gijzelaar overkomen naar Zuidelijke Liang. Onder hen bevond zich ook Qifu Chipan (乞伏熾磐, †428), sinds 393 kroonprins van Westelijke Qin. Qifu Qiangui wist vervolgens te ontsnappen en vluchtte met achterlating van de gijzelaars naar Fuhan (枹罕, in de huidige Autonome Hui Prefectuur Linxia van Gansu), waar hij zich onderwierp aan Yao Xing, heerser van Latere Qin. Qifu Chipan probeerde ook te ontsnappen, maar werd gevangen genomen. Hij ontliep executie op voorspraak van Tufa Rutan (禿髮傉檀, r.402-414, de beoogde troonopvolger van Zuidelijke Liang), waarschijnlijk omdat hij toen al een van zijn dochters aan Qifu Chipan had uitgehuwelijkt.

In 402 slaagde Qifu Chipan er alsnog in om te ontsnappen. Desonfanks nam Tufa Rutan geen wraak op de achtergelaten familieleden van Qifu Chipan en stuurde hen zelfs achter hem aan. Qifu Chipan was ondertussen naar zijn vader gevlucht, die inmiddels door Yao Xing van Latere Qin benoemd was tot generaal en door hem (uitgerekend!) naar Yuanchuan was gestuurd. Dat was de kern van zijn voormalige staat, Westelijke Qi. Qifu Qiangui kon van daaruit zijn macht opnieuw opbouwen en ging steeds zelfstandiger van Yao Xing opereren. Zo viel hij in 405 zonder diens medeweten de Tuyuhun en het staatje Chouchi aan. Toen Qifu Qiangui in 407 de hoofdstad Chang'an bezocht om eer te bewijzen aan Yao Xing, werd hij door Yao Xing onder huisarrest geplaatst. Qifu Chipan, die na zijn ontsnapping eveneens in dienst van Yao Xing was gekomen, kreeg van hem opdracht de taken van zijn vader over te nemen.

Qifu Chipan vestigde zich in Yuanchuan, dat hij in 408 militair versterkte door de bouw van een fort in het Kanglang-gebergte (嵻崀山, in het huidige Lanzhou, Gansu). In 409 veroverde hij Fuhan (枹罕, in de huidige Autonome Hui Prefectuur Linxia van Gansu) op rebellenleider Peng Xi'nian (彭奚念) van de Zuidelijke Qiang. Toen Qifu Qiangui dit hoorde, ontsnapte hij uit Chang'an en keerde terug naar zijn zoon. Terwijl die met een garnizoen in Fuhan bleef, verzamelde Qifu Qiangui 30.000 volgelingen op de Dujian-berg (度堅山). Daar riep hij in 409 opnieuw de onafhankelijkheid uit van Westelijke Qin.

Herstel van de onafhankelijkheid 409

[bewerken | brontekst bewerken]

Qifu Qiangui riep zichzelf uit tot "koning van Qin" (秦王) en nam "Gengshi" (更始, 409–412) aan als nieuwe jaartitel. Hij vestigde zich in Yuanchuan. Qifu Chipan werd opnieuw benoemd tot kroonprins. Bij militaire zaken leunde zijn vader volledig op hem. De oorspronkelijke titels en rangen van zijn ondergeschikten werden hersteld. Zijn eerste echtgenote Bian shi (邉氏, "van de Bian-clan") werd opnieuw aangewezen als "koningin Bian" (邊王后, Bian wanghou).

Qifu Qiangui richtte zich met name op een strijd met Latere Qin. In 410 werd Jincheng (金城郡) op hen veroverd, waar een garnizoen werd gevestigd onder leiding van Qifu Wuhe (乞伏務和). Vervolgens werden de districten Lüeyang (略陽), Nan'an (南安) en Longxi (隴西) ingenomen en 25.000 huishoudens naar Yuanchuan en Fuhan gedeporteerd. Maar ook andere buurvolkeren werden aangevallen. In 411 leidde Qifu Chipan een veldtocht tegen zijn schoonvader Tufa Rutan (禿髮傉檀, r.402-414), heerser van Zuidelijke Liang. Daarbij werden meer dan 100.000 paarden en stuks vee buitgemaakt. Peng Lifa (彭利髮), een stamleider van de Westelijke Qiang werd verslagen, waarna 13.000 stamleden naar Yuanchuan werden gedeporteerd. Ook Aruogan (阿若干) van de Tuyuhun werd gedwongen zich over te geven.

In 412 probeerde in Westelijke Qin Qifu Gongfu (乞伏公府, †412) de macht over te nemen. Hij was een zoon van de eerste heerser Qifu Guoren, maar was in 388 wegens zijn jonge leeftijd als opvolger van zijn vader gepasseerd door zijn oom Qifu Qiangui. Bij zijn staatsgreep bracht Qifu Gongfu zijn oom om het leven, samen met meer dan tien van zijn zonen. Qifu Chipan overleefde het bloedbad en leidde een tegenaanval. Qifu Gongfu werd gevangen genomen en samen met zijn kinderen geëxecuteerd door ze met strijdwagens te vierendelen (轘, huan). Pas toen ook de broer van Qifu Gongfu, Qifu Achai (乞伏阿柴) met zijn gezin was gedood, kon Qifu Chipan zijn vader Qifu Qiangui opvolgen.

Qifu Chipan 412-428

[bewerken | brontekst bewerken]
De Binglingtempel.

Qifu Chipan riep zichzelf uit tot "Koning van Henan" (河南王) en nam een nieuwe jaartitel aan, Yongkang (永康, 412–419). Hij verplaatste zijn hoofdstad naar Fuhan. Zijn vader Qifu Qiangui werd postuum benoemd tot "Koning Wuyuan" (武元王) en ontving als tempelnaam Gaozu (高祖). Zijn eigen zoon, Qifu Mumo (乞伏暮末, †431) werd in 420 tot kroonprins benoemd. Toen werd ook een nieuwe jaartitel aangenomen, Jianhong (建弘, 419–428). Rond 420 werd onder zijn bestuur begonnen met de constructie van de Binglingtempel, boeddhistische sculpturen uitgehouwen in een reeks natuurlijke grotten en spelonken in een kloof langs de Gele Rivier.

Annexatie van Zuidelijke Liang in 414

[bewerken | brontekst bewerken]
Situatie in 416, na de annexatie van Zuidelijke Liang door Westelijke Qin in 414.

Qifu Chipan volgde de agressieve politiek van zijn vader. Onder zijn regering bereikte Westelijke Qin de grootste omvang. Zijn eerste aanvalsdoel was Zuidelijke Liang. Dat gebied was door opstanden en hongersnood gekrompen tot enkele districten in de vallei van de Huangshui-rivier (湟水河) in het huidige Qinghai. Toen Qifu Chipan In 414 hoorde dat Tufa Rutan, de heerser van Zuidelijke Liang zijn hoofdstad Ledu (樂都, in de huidige prefectuur Haidong van de provincie Qinghai) had verlaten om de opstandige stam van de Yifu (乙弗) te bestrijden, besloot hij tot een verrassingsaanval. Hij wist Ledu in te nemen en de verdediger, kroonprins Tufa Hutai (禿髮虎台, †423) gevangen te nemen. Toen Tufa Rutan zijn hoofdstad wilde terugveroveren, deserteerden zijn troepen en moest hij zich uiteindelijk overgeven aan Qifu Chipan. Dit betekende het einde van de staat Zuidelijke Liang. Naar aanleiding van deze overwinning riep Qifu Chipan zichzelf uit tot "Koning van Qin" (秦王).

Omdat Tufa Rutan de schoonvader van Qifu Chipan was, ontving hij van hem bij aankomst in Westelijke Qin een adellijke titel. Zijn dochter, een echtgenote van Qifu Chipan werd benoemd tot koningin (禿髮王后.Tufa wanghou) van Westelijke Qin. In 415 werd Tufa Rutan alsnog gedood, waarschijnlijk door vergiftiging. Zijn zoon, de voormalige kroonprins Tufa Hutai raakte in 423 betrokken bij een mislukt complot om zijn vader te wreken en werd door Qifu Chipan terechtgesteld. Ook koningin Tufa, zijn zuster en echtgenote van Qifu Chipan trof dit lot.

Relatie met Latere Qin tot 417

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 407 was Latere Qin, een buurstaat van Westelijke Qin, verwikkeld in een strijd met de staat Xia. Door die oorlogen raakte Latere Qin militair zo verzwakt dat generaal Liu Yu van de Oostelijke Jin-dynastie besloot tot een offensief tegen Latere Qin. Nog in 416 veroverde hij de oostelijke helft, waaronder de stad Luoyang en in 417 nam hij de hoofdstad Chang'an in, waardoor er een einde kwam aan Latere Qin. In de overtuiging dat hij hierna zelf aangevallen zou worden door Liu Yu, stuurde Qifu Chipan een gezantschap naar hem met het aanbod om zijn vazal te worden. Dit bleek voorbarig omdat Liu Yu na de verovering van Latere Qin in 417 zijn opmars niet verder doorzette en zich terugtrok naar Jiankang, hoofdstad van de Oostelijke Jin, om daar zijn Liu Song-dynastie te gaaan vestigen. Het door hem veroverde voormalige Latere Qin kwam in 418 in handen van de staat Xia, dat toen een ernstige bedreiging ging vormen voor Westelijke Qin.

Betrekkingen met Noordelijke Liang na 426

[bewerken | brontekst bewerken]
Positie van Westelijke Qin ten opzichte van Noordelijke Liang na de annexatie van Westelijke Liang door Noordelijke Liang in 421.

Door de verovering van Zuidelijke Liang door Westelijke Qin in 414 viel er een buffer weg, Westelijke Qin grensde voortaan direct aan Noordelijke Liang. Tot 416 vonden er regelmatig schermutselingen plaats tussen Juqu Mengxun (沮渠蒙遜, r.401–433), heerser van Noordelijke Liang en Qifu Chipan van Westelijke Qin. Na een vijfjarig bestand begonnen de gevechten in 421 opnieuw ndadat Westelijke Liang door Noordelijke Liang was geannexeerd. In 422 werd tijdens een van die veldtochten generaal Juqu Chengdu (沮渠成都) van Noordelijke Liang gevangen genomen door het leger van Westelijke Qin.

In 426 viel een legermacht van Westelijke Qin onder leiding van kroonprins Qifu Mumo Noordelijke Liang aan. Juqu Mengxun van Noordelijke Liang zocht steun bij Helian Chang (赫連昌, r.425-428) heerser van de staat Xia en wist hem over te halen vanuit het oosten Westelijke Qin aan te vallen. De Xia-generaals Hulu Gu (呼盧古) en Wei Fa (韋伐) brachten Westelijke Qin enkele zware nederlagen toe. Nan'an (南安, het huidige Longxi 隴西 in Gansu) en Xiping (西平 in het huidige Xining, Qinghai) werden ingenomen en de hoofdstad Fuhan belegerd. Toen Xia zich uiteindelijk terugtrok, bleef Westelijke Qin militair verzwakt achter. Tijdens deze crisis overleed zomer van 428 Qifu Chipan, hij werd opgevolgd door zijn zoon, kroonprins Qifu Mumo.

Qifu Mumo 428-431 en vernietiging door Xia 431

[bewerken | brontekst bewerken]

Qifu Mumo noemde zich, net als zijn vader "Koning van Qin" (秦王). Wel nam hij een nieuwe jaartitel aan, Yonghong (永弘, 428–431). Hij benoemde zijn vader postuum tot "koning Wenzhao" (文昭王) en verleende hem de tempelnaam Taizu (太祖). Zijn zoon Qifu Wanzai (乞伏萬載, †?) werd in 429 tot kroonprins benoemd.

Onmiddellijk na zijn troonsbestijging kreeg Qifu Mumo te maken met een aanval door Juqu Mengxun van Noordelijke Liang. Hij liet de in 422 gevangen generaal Juqu Chengdu vrij in de hoop om zo de gevechten te beëindigen. Noordelijke Liang zette de aanval echter door en in de lente van 429 werd Xiping veroverd. In de zomer van dat jaar verplaatste Qifu Mumo onder druk van die aanvallen zijn hoofdstad van Fuhan naar Dinglian (定連). Toen ook die stad werd aangevallen wist Qifu Mumo kroonprins Juqu Xingguo (沮渠興國) van Noordelijke Liang gevangen te nemen, waarop Juqu Mengxun de strijd staakte. Een verzoek tot vrijlating van de kroonprins door Juqu Mengzun had geen effect. De kroonprins bleef liever in Westelijke Qin, trad in dienst bij Qifu Mumo en huwde een zus van hem.

Situatie in Noord-China na de vernietiging van Westelijke Qin in 431 en Xia in 432.

Eind 429 kreeg Westelijke Qin te maken met een zware aardbeving, gevolgd door een periode van ernstige droogte. Gezien de nijpende situatie waarin Westelijke Qin terecht was gekomen, besloot Qifu Mumo zich over te geven aan de steeds machtiger wordende Noordelijke Wei in ruil voor een zekere mate van zelfbestuur. Als beloning zou hij Pingliang 平涼 en Anding 安定 (samen het huidige Pingliang in oostelijk Gansu) als leengoed ontvangen, nadat die gebieden door de Noordelijke Wei op Xia zouden zijn veroverd. Qifu Mumo stak Fuhan in brand en trok met zijn volk van 14.000 huishoudens naar het oosten in de richting van Shanggui (上邽, het huidige Tianshui, Gansu), waar hij zich onder bescherming van Wei-troepen wilde plaatsen. Het door hem verlaten gebied werd in bezit genomen door de Tuyuhun. Qifo Mumo werd echter tegengehouden door Helian Ding (赫連定, r.427-431), heerser van Xia, waardoor hij zich moest terugtrekken naar Nan'an (南安, het huidige Longxi 隴西 in Gansu). Nan'an was zo de enige stad die nog in handen was van de Westelijke Qin. Helian Ding gaf zijn oom Helian Weifa (赫連韋伐) in de lente van 431 opdracht om Nan'an in te nemen om zo het laatste restant van Westelijke Qin te kunnen vernietigen. Gedwongen door een hongersnood moest Qifu Mumo zich aan hem overgeven. Helian Weifa leverde Qifu Mumo uit aan Helian Ding, die hem in Shanggui samen met meer dan 500 leden van zijn clan liet onthoofden. Westelijke Qin had daarmee opgehouden te bestaan. Overigens werd het jaar daarop (432) ook het laatste restant van de staat Xia vernietigd, in hun geval door de Tuyuhun.

Overzicht van de heersers van Westelijke Qin

[bewerken | brontekst bewerken]
  • 385 Gouverneur van Qinzhou en Hezhou: Qifu Guoren
  • 387 Koning van Yuanchuan: Qifu Guoren
  • 388 Koning van Henan: Qifu Qiangui
  • 389 Koning van Jincheng: Qifu Qiangui
  • 394 Koning van Henan: Qifu Qiangui
  • 394 Koning van Liang: Qifu Qiangui
  • 395 Koning van Qin: Qifu Qiangui
  • 400 deel van Latere Qin
  • 409 Koning van Qin: Qifu Qiangui
  • 411 Koning van Henan: Qifu Chipan
  • 414 Koning van Qin: Qifu Chipan, Qifu Mumo
  • 431 Veroverd door Xia
PersoonsnaamRegeer-periodePostume naamTempelnaamJaartitel(s)
Qifu Guoren (乞伏國仁),
(†388)
385-388(Xi Qin) Xuanlie wang (西秦宣烈王), koning Xuanlie(Qin) Liezu (秦烈祖)
  • Jianyi (建義), 385-387
Qifu Qiangui (乞伏乾歸),
(†412)
388-400
409-412
(Xi Qin) Wuyuan wang (西秦武元王), koning Wuyuan(Qin) Gaozu (秦高祖)
  • Taichu (太初), 388-400
  • Gengshi (更始), 409-412
Qifu Chipan (乞伏熾盤),
(†428)
412-428(Xi Qin) Wenzhao wang (西秦文昭王), koning Wenzhao(Qin) Taizu (秦太祖)
  • Yongkang (永康), 412-419
  • Jianhong (建弘), 420-427
Qifu Mumo (乞伏暮末),
(†431)
428-431(Xi Qin) Houzhu (西秦後主), de Laatste heerser-
  • Yonghong (永弘), 428-431

Historiografische bronnen

[bewerken | brontekst bewerken]

De belangrijkste Chinese historiografische bronnen voor Westelijke Qin zijn:

Geraadpleegde literatuur

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Corradini, Piero, 'The Barbarian States in North China' in: Central Asiatic Journal, 50 (2006), pp.163-232. Hier met name: pp.224-226.
  • Franke, Otto, Geschichte des chinesischen Reiches. Eine Darstellung seiner Entstehung, seines Wesens und seiner Entwicklung bis zur neuesten Zeit, Berlijn (Walter de Gruyter) 2001, (oorspronkelijke uitgave 1936) ISBN 3-11-017034-5. Band 2 Der konfuzianische Staat I. Der Aufstieg zur Weltmacht. Hier met name: p.85, p.111, p.187 en pp.191-193.
  • Holcombe, Charles, 'The Sixteen Kingdoms' in: Dien, Albert E. en N. Knapp (eds.), The Cambridge History of China, Vol. 2, The Six Dynasties, 220–589, Cambridge (Cambridge University Press) 2019, ISBN 9781107020771, pp.119-144. Hier met name: pp.139-140.
  • Xiong Cunrui, Historical Dictionary of Medieval China, Lanham MD (Scarecrow Press) 2009, ISBN 9780810860537 (Historical Dictionaries of Ancient Civilizations and Historical Eras, no.19), passim.
[bewerken | brontekst bewerken]