Naar inhoud springen

Kokuji

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kokuji voor tasuki, met daarboven furigana.

Kokuji (Japans: 国字 [ko̞kɯ̟ʑi]?; Hepburn: kokuji; Nederlands: nationaal karakter), ook bekend als Wasei kanji (Japans: 和製漢字 [wa.seː kaɴ.d͡ʑi]?; Hepburn: wasei kanji; Nederlands: Japans gemaakte kanji) zijn kanji die in Japan zijn ontwikkeld, in tegenstelling dat ze zijn ontleend aan de Chinese talen.[1][2][3]

Het woord 国字 (こくじ; kokuji), bestaande uit 3 morae: [ko-ku-ji; こくじ] is de rōmaji-transcriptie van de kanji: 国 + 字. Het is een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden. De samenstelling 国 + 字 betreft een kango-lexeem. Het eerste karakter is het zelfstandig naamwoord: 国 [koku] "land" of "staat" in de kun-lezing.[4] Het tweede karakter is het zelfstandig naamwoord: 字 [ji] "karakter" eveneens in de kun-lezing.[5] Gezamenlijk worden zij echter uitgesproken als: kokuji.[6] Kokuji kan letterlijk worden vertaald naar het Nederlands als: landkarakter, maar wordt doorgaans vertaald als: "nationaal karakter" of "karakter van het land".

De term kokuji wordt gebruikt in zowel lexicografishe, taalkundige, en onderwijscontexten. Veel kokuji zijn semantische samenstellingen en hebben bijna allemaal enkel kun-lezingen. Kokuji zijn gevormd gedurende de gehele periode waarin het Japans wordt geschreven met kanji. Dit is dus vanaf het moment dat man'yōgana werd gebruikt in de Naraperiode tot aan de late Edo- of Meijiperiode.

Kokuji uit de Jōyōkanji-lijst.

KanjiHiraganaHepburnBetekenis
働はたら(く)hatarakuwerken
匂にお(い)nioigeur, reuk
塀へいheimuur, omheining
峠とうげtōgebergpas, top van een pad
腺せんsenklier
枠わくwakukader, raamwerk
栃とちtochipaardenkastanjeboom
畑はたけ / はたhatake / hataakker, veld
込こ(む)komuerin gaan, vol raken

Jinmeiyōkanji

[bewerken | brontekst bewerken]

Kokuji uit de Jinmeiyōkanji-lijst.

KanjiHiraganaHepburnBetekenis
匁もんめmonmeoude gewichtseenheid (ca. 3,75 g)
俣またmatasplitsing van paden
凧たこtakovlieger (kite)
凪なぎnagiwindstilte, kalmte
喰く(う) / く(らう)kuu / kuraueten (ongekunsteld)
柾まさmasa / masakirechte nerf hout
椛もみじmomijiherfstblad, esdoornblad
榊さかきsakakisakaki‑boom (Shintō)
樫かしkashieik (hardhout)
畠はたけhatakeveld, akker
笹ささsasabamboescheuten
籾もみmomiongepelde rijstkorrel
辻つじtsujikruising (straat)
雫しずくshizukudruppel
鰯いわしiwashisardine
麿まろmaroarchaïsche naam‑suffix
[bewerken | brontekst bewerken]
  • (en) Sci.lang.japan FAQ - A list of kokuji (国字) - Een lijst met kokuji.